You can edit almost every page by Creating an account. Otherwise, see the FAQ.

Mijnbouw; politiek, economie en milieu aan de hand van Suriname en Austrailie

Uit EverybodyWiki Bios & Wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Inleiding[bewerken]

Midden in het dichtbegroeide Surinaamse oerwoud komen mensen van heinde en verre om wat mee te pikken. Ze verdringen zich rond de graafmachine om als eerste bij de kale grond te komen met gevaar voor eigen leven, zonder uitrusting om te mijnen en zichzelf te beschermen. Zonder oog voor de omgeving ploeteren ze in de modder op zoek naar goud.

In Suriname levert het mijnen van goud hoge opbrengsten. Echter zorgt het ook voor milieuvervuiling en problemen in de maatschappij zoals slechte werkomstandigheden. De goudmijnbouw is van belang voor het land, het is verreweg het meest belangrijke exportproduct van Suriname en de economie is sterk afhankelijk van de goudmijnbouw. Aan de andere kant van de wereld is er een ander land dat ook veel mijnt, namelijk Australië. Op het eerste gezicht lijkt de mijnbouw goed gereguleerd te zijn waardoor het geen negatieve effecten lijkt te hebben op het land. Deze mijnbouw heeft veel invloed op de economie, hier gaat het vooral om de grondstoffen ijzer, steenkool, goud en aardgas. 19% van de gehele export is van de grondstof steenkool en vele landen zijn afhankelijk van deze export voor hun economieën, zoals India en China. Het is een waardevolle grondstof. Mijnen dragen bij aan de landelijke economie, maar beïnvloedt ook het milieu. Deze beïnvloeding kan negatief of positief zijn. Dit is afhankelijk van de politiek in het land, die haar prioriteiten verdeeld tussen de economie of het milieu in haar wetgeving. Hoe gaat een land met veel welvaart en een bloeiende economie zoals Australië om met deze ingrijpende sector in vergelijking met het economisch opkomende land Suriname. Eerst wordt er gekeken naar het effect van mijnen op de landelijke economie. Daarna wordt onderzocht wat voor invloed mijnen hebben op het milieu van het land. Uiteindelijk wordt er gekeken naar de kijk van de politiek tegenover mijnen en hoe ze hun wetgeving indelen. Hier wordt naar gekeken vanuit een politiek ecologische lens. Hoe hebben de politiek en economie invloed op de ecologie van een land?


Economie[bewerken]

Australië[bewerken]

In de Australische economie zijn de mijnen niet meer weg te denken. Door de eeuwen heen zijn ze een bron van winst en welvaart geweest voor het land. Vandaag de dag bezit Australië ongeveer 400 mijnen en dat getal blijft groeien. In 2018 was de Australische BBP 1331 miljard USD . Hiervan is 13,5%, ofwel 179 miljard USD, van de mijnen. De grondstoffen steenkool, ijzererts, aardgas en goud hebben bij elkaar 192,3 miljard Australische dollar opgebracht aan export. Ook brengen de mijnen voor 2% van de gehele bevolking werkgelegenheid. Deze cijfers hebben het land op de dertiende plek gezet van grootste economie in de wereld.

De export van steenkool brengt het land een winst van 47 miljard euro per jaar. De verwachting is dat het aantal steenkoolmijnen blijft groeien . Er zijn plannen gemaakt om een nieuwe export industrie te maken, gebaseerd op natuurlijk steenkoolgas. Dit zou een winstgevende ontwikkeling moeten zijn, maar dat is niet het geval. Het openen van deze mijnen zorgt voor verstoring in het landschap wat leidt tot een negatief economisch effect op de sectoren productie, toerisme en landbouw. Daarbij zijn vele steenkoolmijnen niet in de handen van Australische bedrijven, maar van het buitenland. Dat een deel van de Australische mijnen niet meer van eigen land is heeft te maken met de economische schuiving in de begin jaren 2000. China onderging een grote economische groei waardoor er op globaal niveau een economische crisis ontstond. China had voor de ontwikkelingen in haar land vele grondstoffen nodig en Australië kon die vraag realiseren. Tussen de jaren 00 en ‘13 is de export naar China gegroeid met 5,6%, en dat is te danken aan de mijnen. Hierdoor zijn er vele mijnen geopend en werkgelegenheid ontstaan in Australië. Maar vanaf 2013 minderde China met de import en daalde de vraag naar de grondstoffen. Het resultaat was dat er voor het eerst een verlies ontstond bij mijnen. Het aantal mijnen in het land werd er niet minder door, ze werden goedkoper. Om nog winst te halen en de mijnen in werking te houden werden ze verkocht aan buitenlandse bedrijven. De mijnen hebben ervoor gezorgd dat ze uit de economische crisis zijn gebleven, maar nu is een deel in het bezit van buitenlandse bedrijven. In combinatie met dat de overheid geen beperking heeft op de mijnbouw hebben vele buitenlandse bedrijven de mogelijkheid om winst te halen uit het Australisch landschap.

Suriname[bewerken]

Goud is tegenwoordig het grootste exportproduct van Suriname. Zo leverde het 2.69 miljard dollar op in 2017 en is het 67,3% van de totale exportproducten. . Vanwege de hoge goudprijs levert het een boost aan de economische groei van Suriname. Daarnaast levert de goudsector een groot deel van de werkgelegenheid op in het land, ongeveer 30% De goudproductie in Suriname is te verdelen in grootschalige en kleinschalige productie.

Voor 2004 vond er nog alleen kleinschalige mijnbouw plaats in Suriname. Nu zijn er twee grootschalige mijn activiteiten in proces, The Rosebel Mine en The Merian Mine. Bij beide mijnen is de overheid gedeeltelijke eigenaar, bij The Rosebel 5% en bij The Merian 25% . Deze twee mijnen heeft ongeveer 2500 medewerkers in dienst. De kleinschalige mijnbouw vindt plaats in de Greenstone belt-gebied en wordt gekenmerkt door informaliteit. Naar schatting werken er 15.000 mensen direct in de kleinschalige mijnbouw en is het dan ook de grootste sector van mijnbouw in Suriname. Niet alleen in het totaal aantal werknemers maar ook in de totale hoeveelheid export van goud hebben de kleinschalige goudzoekers de grootste bijdrage. Zij dragen tot 2010 meer dan de helft bij van de totale goud export

Actoren in de goudsector kunnen worden onderverdeeld in twee brede categorieën. De eerste bestaat uit deelnemers die direct of indirect betrokken zijn bij klein- en grootschalige goudwinning. Sinds de jaren 1990 zijn de meeste niet-migrerende goudzoekers Marrons; tribale volkeren van Afrikaanse afkomst. Marrons leven in het binnenland van Suriname, waar de goudreserves van het land zich bevinden. Tegenwoordig is kleinschalige goudwinning de belangrijkste bron van bestaan ​​voor een groot deel van de Marron-huishoudens. De Marrons zijn afhankelijk geworden van de goudsector omdat ze elders moeilijk aan werk komen. De goudmijnbouw wordt dan ook gewaardeerd om zijn lage entree-eisen, een behoorlijk inkomen en speelruimte voor gediscrimineerde groepen die elders geen werk kunnen vinden. Echter zijn tegenwoordig het grootste gedeelte van mijnwerkers emigranten, waarvan het grootste gedeelte illegale Braziliaanse goudmijnwerkers. Hierdoor verlaat veel van het gewonnen goud het land. De tweede groep actoren omvat officiële autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het faciliteren en reguleren van goudwinning activiteiten. Voornamelijk de regering, de Valuta Commissie, de Centrale Bank van Suriname en ministerie van natuurlijke hulpbronnen maken hier deel vanuit. De ministerie van natuurlijke hulpbronnen is verantwoordelijk voor het beheer van alle activiteiten rondom de mijnbouwsector.

In het binnenland vormt de mijnbouw de drijfkracht achter de lokale economie. Naast dat de lokale mensen in de goudmijnen werken, kunnen ze ook geld verdienen door diensten aan te bieden aan de mijnwerkers. Dit kunnen machinebedieners zijn, koks of bijvoorbeeld commerciële sekswerkers. Behalve de Marrons, zijn dus ook andere lokale ondernemers grotendeels afhankelijk van inkomsten van de goudsector. Deze economische voordelen worden deels teniet aangedaan door de negatieve effecten van de informele goudsector. Deze negatieve effecten zijn het tekort aan regulatie en organisatie van de kleinschalige mijnbouw. Zo zorgt deze sector voor een toename aan criminaliteit, smokkel, en geweld; de verspreiding van malaria en SOA’s.


Milieu[bewerken]

Australië[bewerken]

In Australië bevindt zich een van de zeven natuurlijke wonderen van de wereld, namelijk het Groot Barrièrerif (GBR). Het GBR is een koraalrif in dat 348.000 km2 groot is en is daarmee het grootste rif ter wereld. Het bevat meer dan de helft van werelds hard koraalsoorten en mangroves, een derde van werelds zachte koraalsoorten, 23 procent van de globale zeegras diversiteit en zes van de zeven soorten marine schildpadden ter wereld. Namens de belangrijke bijdrage van het rif aan de natuur en zijn biodiversiteit, is het Groot Barrièrerif in 1981 toegevoegd aan de lijst World Heritage List. Desalniettemin is dit gebied sinds 2011 gedaald in zijn waarde. Van het koraal bedekte gebied is 50% verdwenen. Daarnaast zijn er ook vele vogelsoorten en zeekoeien verdwenen. Dit verlies aan biodiversiteit wordt veroorzaakt door verschillende activiteiten, waaronder mijnbouw, waar het rif en zijn stroomgebied direct en indirect aan worden blootgesteld. Een van deze directe activiteiten zijn de nieuwe havenontwikkelingen langs de kust van het GBR. Uit onderzoek is gebleken dat deze ontwikkelingen bedreigend zijn, voornamelijk in de hoeveelheid en omvang. Desondanks zijn langs de kust van het koraalgebied veel havens gevestigd voor de export van de steenkoolmijnen, waaronder nieuwe plannen voor havens in Abbot Point, Gladstone en Hay Point.

De bedreiging komen van de bouw van de havens en het vaarverkeer. Zo wordt het rif kapot gevaren, wordt er verf op de schepen gebruikt die koraalgroei tegenwerkt en wordt leefmilieu verstoort. Dit brengt veel schade met zich mee. Het rif wordt tevens door indirecte factoren beschadigd. De gemijnde steenkool draagt bij aan de klimaatverandering dat weer een negatief effect heeft op het rif, namelijk de groei van de massieve koralen, verkalking en de leefomgeving van het koraal.

Maar niet alleen het Groot Barrièrerif wordt geraakt door de steenkoolmijnbouw, ook de ecosystemen worden belast. Dit komt omdat mijnbouw operaties grote hoeveelheden water gebruiken. Wanneer er enig tekort is in de watervoorraad moet het op een andere manier worden aangevuld. Dit kan vereisen dat er grote hoeveelheden water uit oppervlaktewater of grondwater wordt opgepompt. Hoewel mijnbouwbedrijven in sommige staten of territoria verplicht zijn om een licentie te hebben om water op te pompen, worden er ook vele wettelijke uitzonderingen gegeven aan gelicenseerde bedrijven. Hierdoor worden waterbronnen, zoals rivieren of grondwater, alsnog geraakt door de negatieve effecten. Zo kan er water worden gehaald uit ecosystemen die bijvoorbeeld afhankelijk zijn van grondwater. Tenslotte kan de mijnbouw ook de biodiversiteit bedreigen. Door een gebied vrij te maken van vegetatie voor het bouwen van een mijn, kan de leefomgeving van bedreigde diersoorten en inheemse vegetatie verloren gaan.


Suriname[bewerken]

Suriname is een van het meest beboste land ter wereld. 95% van het land is bedekt met ongerepte regenwouden. Deze regenwouden worden bewoond door verschillende unieke diersoorten, zoals de blauwe pijlgifkikker. Helaas verdwijnt er elk jaar tussen de 4800 en 9600 hectare aan tropisch bos in Suriname . De ontbossingsgraad van Suriname is sinds 2017 zelfs met 12% gestegen in 2018. Hierdoor staat het land op de 5 plek van landen met een hoge ontbossingsgraad . Een van de voornaamste redenen dat deze ontbossing plaatsvindt is het winnen van goud. 31,7% van de ontbossing vindt plaats voor het winnen van goud. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat maar 13% van de Amazone binnen Suriname een beschermd gebied is. Hierdoor is het mijnen van goud op veel gebieden makkelijk en schendt het niet de rechten van beschermde natuurgebieden. Echter vindt er ook in beschermde natuurparken goudwinning plaats. Zo wordt het beschermde natuurpark Brownsberg ontbost om plaats te maken voor illegale goudmijnen. Daarnaast zorgt de ontbossing er voor dat de bodem wordt verstoord. Hierdoor vindt er langzaam regeneratie plaats en is herbebossing tot nu toe onmogelijk. Wat er na het mijnen overblijft is een laterietwoestijn, een grond met weinig voedingsstoffen waar weinig op kan groeien. Hierdoor wordt de biodiversiteit van de Amazone aangetast. En kan het nog eeuwen duren voordat de oude mijngebieden er weer uitzien zoals het was.

Tevens zorgen goudmijnen voor het vervuilen van de natuur en het schaden van de gezondheid van mensen in de directe omgeving maar ook verder van de goudmijnen vandaan. Dit wordt gedaan door het gebruik van kwik. Deze stof wordt gebruikt bij de hydraulische mijnbouw methode, een veelgebruikte methode onder de kleinschalige mijnbouwers. Kwik allieert goud om het van de rest te scheiden en vormt zo amalgaam. Vervolgens wordt het amalgaam verhit, waarbij het goud weer vrij komt maar de kwik verdampt. Het voordeel van dit proces is dat het effectief, eenvoudig en goedkoop is, voor 1 kg kwik heb je 1 kg goud. Het nadeel is dat kwik heel schadelijk is voor de mens en natuur. Bij de hydraulische methode wordt de vrijkomende kwik niet opgevangen, 55% van de kilogram kwik komt vrij in de atmosfeer en de resterende 45% komt terecht in de rivieren. De gevolgen van de dampen die vrijkomen in de atmosfeer wordt direct ervaren door de mijnwerkers op hun gezondheid. Daarnaast wordt de vrijgekomen metallische kwik in de rivieren door micro-organismen in het water omgezet in extreem giftige stof, giftige methylkwik. Dit wordt vervolgens via de voedselketen geaccumuleerd in de roofvissen, zoals piranhas. Helaas zijn dit soort roofvissen gebruikelijk in het dieet van de inwoners van het binnenland en is het een delicaat aan de kust. Dit kan negatieve gevolgen hebben op de gezondheid van de mensen, zoals neurologische en gedragscomplicaties.

Daarnaast wordt het water vervuilt door de modderstromen die uit de mijn vloeien en het omwoelen van waterbeddingen bij goudwinning. Hierdoor wordt het rivierwater in de omgeving van de goudmijnen vertroebelt. Dit levert een groot probleem op voor de nabije inwoners die schoonwater nodig hebben voor bijvoorbeeld drinkwater. Hier kunnen ook medische consequenties aan gebonden zijn zoals huiduitslag of diarree. Tevens is de watervervuiling ook nadelig voor het waterecosysteem. De vissen en andere waterdieren raken woon- en voortplantingsgebieden kwijt door de vernietiging hiervan en daarnaast vindt er ook een vermindering van zuurstof plaats in het water. Dit vermindert de vispopulatie, wat nadelig is voor het dieet van de inwoners.


Politiek[bewerken]

Australië[bewerken]

Australië is een van de vier grootste producerende steenkool landen en was in 2016 de grootste exporteur in steenkool. Zodoende levert het land een grote bijdrage aan de klimaatverandering en speelt het een grote factor in het behalen van het Parijs-akkoord. Om dit akkoord te behalen moet een groot gedeelte van fossiele brandstoffen in de grond blijven, waaronder steenkool. Hierbij is het belangrijk dat Australië een moratorium aanneemt ten opzichte van het mijnen van steenkool. Een moratorium betekent een algemeen uitstel of een tijdelijke opschorting van, in dit geval, nieuwe steenkoolmijn licenties. Echter is de Australische overheid sterk tegen een moratorium en zijn ze juist van plan om de komende jaren steenkool te blijven produceren en exporteren. Zo heeft de voormalige Australische premier gezegd dat een export moratorium geen enkel verschil zou maken in de wereldwijde emissies, omdat importeurs het ergens anders zouden kopen. Daarnaast zegt de overheid dat de steenkool export bijdraagt aan het verminderen van de energie armoede op de wereld en dus de welvaart van deze wereld stimuleert. Tevens wordt steenkool gezien als een onmisbare hulpbron die voor een wereldwijde toegang tot energie zorgt. Tenslotte creëert het veel banen en stimuleert het de economische groei. Maar de belangrijkste reden van de oppositie tegen een mijnbouw moratorium is dat het een belangrijk exportproduct is. In 2016 is het 12.8% van de export inkomsten, wat het de tweede grootste export inkomsten verdiener maakt.

In plaats van het aannemen van een moratorium heeft de Australische politiek het land juist toegankelijker gemaakt voor de handel in steenkool en goud. Zo werd ook een van de grootste steenkoolmijnen gesteund door het politieke beleid van Australië. Deze mijn, de Carmichael mijn van Adani, werd gerechtvaardigd door de potentiële rijkdom die onder de grond lag. Adani speelt tegenwoordig een belangrijke rol in de Australische politiek. De Adani Group is een Indiaas bedrijf met verschillende activiteiten binnen de sectoren van energieproductie, mijnbouw en logistiek. Naast dat de Adani Group actief is in India, is het ook actief in Australië. De interesse vanuit India naar Australië is te verklaren door de steenkool. India zou deze willen importeren en gebruikten voor de elektriciteitsproductie van India. Naast de komst van een nieuwe steenkoolmijn, zorgt de komst van de Carmichael mijn ook voor een nieuw vliegveld, een spoorlijn die verbonden is met de kolenterminal Abbot Point, en voor meer dan 1500 banen. Tevens brengt deze mijn niet alleen economische groei met zich mee. Naar verwachting zal de Carmichael mijn in zijn 60 jarige levensduur, 200 miljoen ton carbon dioxide produceren. Het verbranden van de steenkool zou nog een 130 miljoen ton CO2 per jaar bijdragen. De leider van Queensland zei hierop dat de bouw van de mijn niet zou bijdragen aan broeikasgassen. Dit zou zijn omdat de grondstof anders ergens anders zou worden gehaald als de mijn niet wordt goedgekeurd. Echter is uit onderzoek van Greenpeace gevonden dat de mijn de jaarlijkse CO2-uitstoot zou overschrijden. Om binnen het carbon budget te blijven moet deze steenkoolmijn dus niet worden gebouwd.


Suriname[bewerken]

De mijnbouwwet ‘Decreet Mijnbouw’ die in 1986 is gevormd heeft op veel vlakken ervoor gezorgd dat de problemen die de mensen en de natuur meemaken mogelijk zijn. Ten eerste zijn vele voorschriften niet opgenomen in de wetgeving, zoals milieu- en arbeidsvoorschriften. Ten tweede zijn er geen milieuregels opgenomen in het beleid waar mijnbouw bedrijven zich aan dienen te houden. Ten derde houdt deze wet geen rekening met de bescherming van de rechten van de binnenlandbewoners in de Amazone (Suriname). Het is in deze wet niet vereist om deze gemeenschappen vooraf in te lichten, te compenseren of inspraak te laten hebben. Tenslotte geeft de overheid met deze wetgeving een voorkeur voor de grootschalige mijnbouw en niet de kleinschalige. Echter staat dit beleid niet in lijn met de realiteit waarin de kleinschalige mijnbouw de economie van het land draagt en werkgelegenheid biedt aan Surinamers. Zo zou in 2003 12.000 inwoners in de kleinschalige goudmijnen werken. Dit staat in sterk contrast met 950 mensen die werken in de Gros Rosebel, een van de twee grootschalige mijnbouw bedrijven in Suriname. De voorkeur voor de grootschalige mijnbouw is omdat deze meer overheidsinkomsten oplevert dan de kleinschalige mijnbouw. Naast de mijnbouwwet zorgt de Commissie Ordening Goudsector (OGS) ook voor regulering binnen de goudgebieden. Deze commissie is in 2011 gevormd. De OGS moet ordening brengen in de onoverzichtelijke situatie op de goudvelden en in het algemeen het centrale gezag in het binnenland herstellen (de Theije & Heemskerk, 2011, p. 45). Zo wilt de OGS betere milieustandaarden en belastingmechanisme creëren. Deze commissie is de tussenpersoon tussen de overheid en de mijnbouwers en helpen de mijnbouwers concessies te krijgen, waardoor ze legaal een vergunning hebben op hun grondgebied en dus legaal hun activiteiten kunnen doen. Echter worden er maar weinig concessies verleend aan kleinschalige mijnbouw waardoor kleinschalige illegale mijnbouwactiviteiten blijven bestaan. Uit het nieuws blijkt dat dit zou kunnen zijn, doordat de OGS niet wordt gebruikt voor ordening binnen de goudvelden, maar om de kleinschalige mijnbouwers weg te jagen. Zo zou de overheid de goudrijke gebieden kunnen doorspelen aan politieke vriendjes. Tenslotte werkt de overheid ook samen met Suriname Environmental and Mining Foundation (SEMiF) om de mijnbouwactiviteiten duurzamer, meer verantwoordelijk en milieubewust te maken. De overheid wilt ook een wet vormen om het gebruik van kwik te verbieden en diens vervuiling van de natuur dus te laten verdwijnen.

Conclusie[bewerken]

Economie[bewerken]

Bij beide landen zijn de mijnen van significant belang in de landelijke economie. Het is een bron van winst en welvaart. Als we kijken naar figuur .. dan is te zien dat Suriname significant minder winst heeft dan Australië, maar wel veel meer werkgelegenheid biedt voor haar inwoners. De vraag is hoe, met deze significante verschillen, de mijnen voor beide landen alsnog dezelfde belangrijke positie in de economie hebben. Om dit te begrijpen moet er worden gekeken naar landoppervlak, aantal mijnen, inwoners en het bruto binnenlands product (BBP). Australië is een groot land met 24,6 miljoen inwoners, bezit meer dan 400 grootschalige mijnen en heeft een BBP van 1331 miljard USD. Echter is Suriname een klein eiland met een inwonersaantal van 558.368, vele kleinschalige mijnen en een BBP van maar 4 miljard USD. Ook al verdient Suriname minder, in verhouding brengen de mijnen meer economisch winst dan voor Australië. Hoe het bij Australië bijdraagt aan hun al bloeiende economie, is het voor Suriname de drijfkracht achter welvaart en van veel groter belang om te blijven mijnen.

Desalniettemin lopen Suriname en Australië beide tegen een economisch probleem aan. Ze maken namelijk verlies door buitenlandse invloed. In Australië zijn mijnen opgekocht door buitenlandse bedrijven. In combinatie met de losse regels van de overheid, is te concluderen dat de buitenlandse bedrijven een machtspositie krijgen in het land. Dit gaat ten koste van economische winst van andere sectoren van Australië. De overheid zou buitenlandse bedrijven beperking moeten opstellen. Hieruit kan wel een conflict op politiek gebied ontstaan. Dit is alleen wel in conflict met de economische mentaliteit tegenover mijnen. Door de vrijheid kunnen de mijnen veel winst maken en dat kan door regulatie veranderen. In Suriname stelen de illegale braziliaanse goudmijners goud van het land en nemen het mee naar Brazilië. Door het slecht reguleren vanuit de overheid zijn de Surinaamse goudmijnen een makkelijk doelwit. Ondanks het verlies, worden er geen maatregelen genomen vanuit de overheid om deze lek te dichten.


Milieu[bewerken]

Mijnen brengen drastische veranderingen aan het landschap. Daarom is het van belang voor het milieu van het land dat deze veranderingen goed gereguleerd worden. Helaas is dit niet het geval bij beide landen. Australië bezit het Great Barrier Rif. Dit rif is is een belangrijk schakel in het globale ecosysteem. Voordat het land het klimaatakkoord van Parijs had ondertekend, was milieu het onderdeel dat onderaan de prioriteitenlijst stond. De economische winst werd veel belangrijker waardoor de mijnen in de afgelopen jaren veel milieuschade hebben aangericht. Sinds het klimaatakkoord is dat veranderd, maar het is niet genoeg. Het lijkt erop alsof Australië haar ogen sluit voor de waarde van het rif. Er blijven nieuwe plannen komen waar Australië de rand opzoekt in hoeverre ze het rif kunnen blijven beschadigen. Dat is zonde en onverantwoordelijk. Ook omdat andere sectoren, maar ook eigen inwoners afhankelijk zijn van het rif Als het tot mijnen aankomt, wordt het milieu van Australië met gemak geruïneerd. Dit is verrassend, aangezien het een welvarend land is. De economie berust niet geheel op de mijnen waardoor minder winst niet meteen een doorslag zou geven tussen niet of wel welvarend. Het land kan maatregelen nemen om het milieu te beschermen en minder winst te maken maar die keuze maken ze niet. Suriname heeft ook een kostbaar bezit, namelijk het tropisch regenwoud. Dit woud komt ook voor bij andere landen, maar door ontbossing verdwijnt het woud wereldwijd in een rap tempo. Ook dit regenwoud is van groot belang in het globale ecosysteem. Maar daar wordt tot nu toe nog niet veel rekening mee gehouden. Het mijnen van goud is een relatief jonge sector, maar heeft nu al een gigantisch hoeveelheid bos ontnomen. Goudwinning is van significant belang voor welvaart in het land, waardoor het belang van bos aan de kant wordt geschoven. Het goud is ook alleen maar te vinden in de bosrijke plekken. Hierdoor is het voor het land lastig om een balans te vinden tussen het behouden van die welvaart en het behouden van die bossen. De overheid ziet wel in dat dit uit de hand loopt en neemt zelf initiatief om de natuur te beschermen. Dat de overheid het milieu wilt beschermen laat zien wat voor belang het heeft voor het gehele land.. Als land is er een verantwoordelijkheid die genomen moet worden om ecosystemen en biodiversiteit te beschermen. Niet alleen omdat het verbonden is met andere ecosystemen over de wereld, maar ook omdat het van belang is voor hun eigen land. Het trekt toerisme, een andere bron van inkomen, en sommige inwoners zijn afhankelijk van hun omgeving om te overleven. Suriname neemt die verantwoordelijk, helaas probeert Australië die nog te ontkomen.


Politiek[bewerken]

De politiek in het land is bepalend voor de rol van de mijnen in het land en het effect op haar landschap. Via de wetten en voorschriften die worden gemaakt, ontstaat er een balans tussen economie en milieu die gebaseerd is op waar de overheid de prioriteit legt. Zo is het mogelijk om de economie de vrijheid te geven, wat dan ten koste gaat van de natuur. Suriname en Australië hebben beide de voorhand aan economie gegeven. Dit houdt in dat het milieu nauwelijks, tot niet wordt beschermd tegen de effecten van mijnen. Het Parijs akkoord forceert de landen om het milieu beter te beschermen. De reactie op politiek vlak laat zien of ze die veranderingen willen maken of niet. Australië produceert steenkool, en dat moet volgens het akkoord worden verminderd. Een van de maatregelen die hier aan kan bijdragen is een moratorium. Echter wil de overheid hier niet aan meedoen en doen ze juist het tegenovergestelde: ze maken de steenkool handel toegankelijker. Ook steunt de politiek het Indiase bedrijf Adani die de mijn Carmichael wilt maken, die de richtlijnen van het Parijs akkoord overschrijden. De politiek in het land neemt de maatregelen niet serieus. Ze blijven achter de economie staan en maken excuses. Ook neemt de overheid de klimaatverandering en haar gevolgen niet serieus. De bosbranden van 2020 zijn ook een gevolg van klimaatverandering, dus het land wordt er wel door geraakt. Het is onbegrijpelijk waarom ze de problemen de rug toe keren. Suriname heeft een mijnbouwwet genaamd ‘Decreet Mijnbouw’ waarin staat dat mensen mogen mijnen waar ze willen, zonder te kijken naar milieu maar ook arbeidsovereenkomsten en inheemse volkeren. Deze wet maakt het mijnen makkelijker voor grootschalige mijnbedrijven, die overheid inkomsten oplevert. Voor de kleinschalige mijnbouw is er een commissie genaamd de OGS die de kleinschalige mijnbouwers helpt om mijnvergunning te krijgen. Via de wet is het lastiger om kleinschalig te mijnen, maar voor haar economie is het veel winstgevender. De overheid kan wel direct winst maken van grootschalige mijnen, maar de opkomende welvaart komt ook door de kleinschalige mijnen. Het geeft indirect dus weer voordeel, niet alleen voor de overheid maar voor het hele land. De SEMiF is een foundation die samen met de overheid werkt om duurzamer te mijnen. Deze ontwikkeling laat zien dat de overheid open staat tot positieve verandering en niet alleen maar de waarde legt aan de economie.




Dit artikel "Mijnbouw; politiek, economie en milieu aan de hand van Suriname en Austrailie" is uit Wikipedia. De lijst van zijn auteurs is te zien in zijn historische   en/of op de pagina Edithistory:Mijnbouw; politiek, economie en milieu aan de hand van Suriname en Austrailie.



Read or create/edit this page in another language[bewerken]