You can edit almost every page by Creating an account. Otherwise, see the FAQ.

Talenbeleid Vlaams onderwijs

Uit EverybodyWiki Bios & Wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Het talenbeleid dat momenteel geldt binnen het Vlaams onderwijs is te duiden als eentalig, monolinguaal. Dat betekent dat de instructie van reguliere vakken in Vlaamse scholen in één taal gebeurt, namelijk het Nederlands. Een monolinguaal talenbeleid betekent dus niet dat er geen andere talen geleerd worden in de scholen. Omwille van de eenzijdige instructietaal, namelijk Nederlands, kunnen we in Vlaanderen niet spreken van een volwaardig meertalig onderwijs. Anno 2020 zijn wel kleine verschuivingen op te merken, want er zijn ook enkele scholen die tweetalig onderwijs aanbieden: Content and Language Integrated Learning (CLIL). Hierbij worden ook niet-taalvakken aangeboden in een andere taal dan het Nederlands[1].

Monolinguaal talenbeleid[bewerken]

De Nederlandse taal als doxa[bewerken]

Het monolinguale talenbeleid in Vlaanderen stelt dat het onder de knie hebben van de Nederlandse taal de belangrijkste factor is voor het realiseren van een succesvolle schoolloopbaan. Het kennen en beheersen van de Nederlandse taal is de enige manier om goede schoolresultaten te behalen en bijgevolg een succesvolle schoolcarrière te verkrijgen[2]. Deze overtuiging komt ook sterk naar voren in de actualiteit, waarbij o.a. ministers van Onderwijs keer op keer de belangrijkheid van de Nederlands taal aanhalen.

  • Ben Weyts: “Als je de kennis van het Nederlands niet aanpakt, heeft al de rest weinig zin. Nederlands is het toegangsticket voor alle andere vakken … het is mijn overtuiging dat Nederlands het begin is van alles.” (Het Nieuwsblad, 4 oktober 2019)

Dit belang van de Nederlandse taal geldt als een doxa: het is een gedeelde overtuiging die vervat zit in de samenleving, die niet in vraag wordt gesteld[3]. In het Vlaamse onderwijs ziet men wel vaker de boodschap “In het belang van uw kind spreken wij hier Nederlands. U toch ook?” terugkomen. Hierin wordt het belang van de Nederlandse taal onderstreept: niet alleen Nederlandstaligen spreken Nederlands, maar ook anderstaligen moeten Nederlands spreken. De boodschap is duidelijk, namelijk dat er maar één taal wordt gesproken en dat is het Nederlands. Deze overtuiging is werkelijk gedeeld (doxa), want niet alleen Vlaamse leerlingen geven het belang van het Nederlands aan, ook anderstalige leerlingen doen dat[3].

Taalassimilatie[bewerken]

Doordat die doxa – Nederlandse taal is het belangrijkste – bestaat, is er vaak sprake van taalassimilatie op de Vlaamse scholen. Scholen gaan de talige diversiteit proberen terugdringen door de talen van niet-witte bevolkingsgroepen achteruit te schuiven. Hierdoor worden anderstalige leerlingen verplicht Nederlands te spreken en hun moedertaal achter te laten aan de schoolpoort. Op die manier is er sprake van symbolisch geweld, aangezien er een eenzijdige erkenning is van het Nederlands en helemaal geen erkenning is voor de moedertalen van anderstalige leerlingen. Pierre Bourdieu gebruikte deze term – symbolisch geweld – om dit proces van eenzijdige erkenning van een specifieke soort cultureel kapitaal te beschrijven.

Dat er geen erkenning is voor de moedertalen van anderstalige leerlingen is ook wettelijk bepaald. Zo is er wettelijk bepaald dat Frans, Engels en Duits in aanmerking komen voor CLIL. Op die manier worden niet-Westerse talen, ‘gekleurde talen’, uitgesloten als mogelijke tweede taal in tweetalig onderwijs. Dit doet op zijn minst de wenkbrauwen fronsen, aangezien er in ons huidige onderwijssysteem meer en meer etnolinguïstische minderheden voorkomen. Op die manier zou er hypothetisch gezien dus meer vraag zijn naar deze talen (bijvoorbeeld Turks of Pools), in plaats van naar het Duits.

Percepties leraren[bewerken]

Naast de wettelijke drempel, staan ook vele leraren niet open om onderwijs in talen van anderstalige leerlingen te includeren in het onderwijs. De overgrote meerderheid van Vlaamse leraren in het secundair onderwijs (77,3%) is ervan overtuigd dat anderstalige leerlingen op school onderling best geen andere taal dan het Nederlands spreken. Daarnaast vindt ook 72.1% van die leraren dat anderstalige leerlingen onvoldoende Nederlands leren door op school ook hun eigen moedertaal te spreken. Verder is slechts 6,8% van deze leraren van mening dat anderstalige leerlingen op school ook de mogelijkheid moeten krijgen om hun moedertaal te leren[2]. Deze bevindingen tonen aan dat vele leraren pro taalassimilatie zijn en bijgevolg in een monolinguaal talenbeleid geloven. Zulke overtuigingen hebben een negatief effect op anderstalige leerlingen, aangezien het vertrouwen van leerkrachten in anderstalige leerlingen daalt wanneer leerkrachten sterk in een monolinguaal talenbeleid geloven[2]. Dat dalende vertrouwen bij de leerkracht sluit aan bij het Pygmalion-effect en de self-fulfilling prophecy, waarbij de verwachtingen die leerkrachten hebben over hun leerlingen de prestaties van die leerlingen impliciet stuurt. Wanneer de leerkracht dus minder vertrouwen heeft in anderstalige leerlingen, omdat hij sterk gelooft in een monolinguaal talenbeleid, zal dit de prestaties van anderstalige leerlingen in negatieve zin beïnvloeden.  

Meertalig leren[bewerken]

Hoewel er wettelijke drempels zijn en de leraren sterk in een monolinguaal talenbeleid geloven, kan meertaligheid ook gewaardeerd worden zonder dat men meertalig onderwijs/instructie moet inrichten. Enkele manieren/tips om meertaligheid te waarderen/benutten:

  • Maak gebruik van digitale leeromgevingen die meertalig onderwijs aanbieden in oneindig veel talen (bv. E-Validiv).
  • Maak duidelijke taalafspraken in de klas (bv. in moedertaal mogen lezen en leren, maar spreken gebeurt in het Nederlands).
  • Laat opzoekingswerk en leeswerk in moedertaal toe. Zorg er daarom voor dat schoolbibliotheken ook boeken bevatten in moedertalen van leerlingen.
  • Maak peer-learning mogelijk.
    • Als een instructie niet duidelijk is, kunnen sommige woorden vertaald worden in de moedertaal.
    • Jongeren met dezelfde moedertaal kunnen samen groepswerk voorbereiden, op die manier kunnen ze tijdens de voorbereiding hun thuistaal inzetten om de inhoud goed te begrijpen.
  • Maak het culturele repertoire van school en klas meertalig (bv. beluister en zing samen liedjes in verschillende talen, op die manier verkent men elkaars taal en cultuur).
  • Leer als leraar de belangrijkste woorden zoals begroetingen en troostwoorden.
  • Zet in op talensensibilisering door bijvoorbeeld klanken, woorden en constructies uit verschillende talen met elkaar te vergelijken.
    • Een eenvoudige actie die men hier kan stellen, is bijvoorbeeld een buurtwandeling maken om zo de taaldiversiteit in de directe omgeving te ontdekken.

Door meertaligheid op deze manieren wel te waarderen en benutten op school kunnen we een positieve invloed uitoefenen op anderstalige leerlingen. Dit gebeurt momenteel nog te weinig als het gaat over talen van gekleurde leerlingen.

Externe links[bewerken]

http://www.meertaligheid.be/

http://www.metrotaal.be/

Referenties[bewerken]

  1. (nl) CLIL: Content and Language Integrated Learning – voor directies en administraties. www.onderwijs.vlaanderen.be. Geraadpleegd op 2020-03-19.
  2. 2,0 2,1 2,2 ; Clycq, Noël, Timmerman, Chris 1959-2019, Avermaet, Piet Van, Wets, Johan, Hermans, Philip, Oprit 14 naar een schooltraject zonder snelheidsbeperkingen, Academia Press, Gent, 2014. ISBN 978-90-382-2389-6.
  3. 3,0 3,1 Agirdag, O. (2010). Exploring bilingualism in a monolingual school system: insights from Turkish and native students from Belgian schools. British Journal of Sociology of Education, 31(3), 307-321.



Dit artikel "Talenbeleid Vlaams onderwijs" is uit Wikipedia. De lijst van zijn auteurs is te zien in zijn historische   en/of op de pagina Edithistory:Talenbeleid Vlaams onderwijs.



Read or create/edit this page in another language[bewerken]