Am al-Nakba

Uit EverybodyWiki Bios & Wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Het jaar 1920 werd door de Arabieren Am al-Nakba (Arabisch voor het rampjaar) genoemd omdat Groot-Brittannië en Frankrijk toen de Arabische delen van het Ottomaanse rijk onderling verdeelden als mandaatgebieden.[1]

Hoessein ibn Ali, de sjarief van Mekka, streefde naar onafhankelijkheid van de Arabieren van het Ottomaanse Rijk en de vestiging van één grote Arabische staat, die het gehele Arabisch Schiereiland moest omvatten alsmede de overige Arabische landen, zoals Syrië, Jordanië, Libanon, Palestina en Mesopotamië.

In de Hoessein-McMahoncorrespondentie correspondeerde hij met Sir Henry McMahon, de Britse Hoge Commissaris in Egypte. De Arabieren zouden onafhankelijk worden over het grootste deel van het Midden-Oosten, met uitzondering van een kuststrook van wat nu Syrië en Libanon is. Het was impliciet dat Hoessein koning mocht worden over deze gebieden. Deze correspondentie vond plaats tussen najaar 1915 en voorjaar 1916. Op 10 juni 1916 kwamen de Arabieren daadwerkelijk in opstand en vielen barakken van het Turkse leger in Mekka aan. In november 1916 waren de Turken uit de Hidjaz verdreven en op 2 november 1916 werd Hoessein door zijn volgelingen uitgeroepen tot koning van Hidjaz. Zijn koningsschap werd in 1917 erkend door de Britten en de Fransen.

Van één grote onafhankelijke staat in alle op de Turken veroverde gebieden kwam het echter niet. In 1916 hadden de Britten en Fransen, het geheime Sykes-Picotverdrag gesloten. Hierin werden de gewonnen gebieden, met uitzondering van het Arabisch Schiereiland, onderling verdeeld.

Na de Conferentie van San Remo in april 1920 namen de Fransen in de mandaatgebieden Libanon en Syrië de macht over van de Arabieren. De Britten namen het bestuur over in het mandaatgebied Palestina, dat ook het latere Transjordanië omvatte, en in Irak.

Door de Arabieren werd het jaar 1920 aangeduid als Am al-Nakba, waarbij met name het Verenigd Koninkrijk de woordbreuk werd aangerekend.[2]


Dit artikel "Am al-Nakba" is uit Wikipedia. De lijst van zijn auteurs is te zien in zijn historische   en/of op de pagina Edithistory:Am al-Nakba.