Welcome to EverybodyWiki 😃 ! Nuvola apps kgpg.png Log in or ➕👤 create an account to improve, watchlist or create an article like a 🏭 company page or a 👨👩 bio (yours ?)...

Bas jongenelen

Uit EverybodyWiki Bios & Wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Bas Jongenelen
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Adrianus Johannes Bastianus Jongenelen
Geboortedatum 12 november 1968
Geboorteplaats Roosendaal
Werkzaamheden
Vakgebied Nederlands
Proefschrift Comt sotten / helpt sottelijck sotheyt bedrijven. Humor in 1561
Promotor Johan Oosterman
Bekende werken Op de opiniepagina – Overtuigend in vorm;

Comic Drama in the Low Countries c. 1450-1560

Overig
Hobby's en andere bezigheden Zelf limoncello maken
Website
Portaal:  Onderwijs

Adrianus Johannes Bastianus Jongenelen (Roosendaal, 12 november 1968)

In Roosendaal rondde hij in 1988 het vwo af aan het Gertrudis-lyceum. In 1995 studeerde hij af aan de letterenfaculteit van de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg bij prof. dr. Jaap Goedegebuure op een scriptie over Werther Nieland van Gerard Reve. Na in 1998 zijn tweede- en eerstegraads bevoegdheid Nederlands behaald te hebben aan de Hogeschool Katholieke Leergangen in Tilburg werd hij docent in het voortgezet onderwijs. In 2005 maakte hij de overstap naar het hoger beroepsonderwijs. Bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg is hij docent Letterkunde.

Bas Jongenelen woont met zijn gezin in Tilburg.

Min of meer bekende Nederlanders die door Bas Jongenelen Nederlands gedoceerd kregen, zijn onder anderen Martijn Neggers, Rosanne Hertzberger, Marco Martens, Jan-Albert Hootsen, Nathan de Groot, Anneloes Ouwehand, Ben Blom, Robert Proost, Roman van der Werff en Martijn Nekoui.

Jeugd[bewerken]

Bas groeide als enig kind op in een vrij gewone en rustige omgeving in een nieuwbouwwijk in Roosendaal. Het uitgaansleven was erg overzichtelijk en Bas leerde er goed carnaval vieren in Tullepetaonestad.

De dingen die er gebeurden en die het daglicht konden verdragen, waren niet zo bar bijzonder, wat één verklaring is waarom Bas daar nooit veel over heeft losgelaten. Maar het zou weinigen verbazen als het sluimerende gevoel van verveling gecompenseerd werd door nachtelijk kattenkwaad, vertrouwend op een enkele confessie over een in de woonwijk geparkeerde witte Volkswagen Golf die met behulp van een spuitbus zwarte verf met de letters ‘POLITIE’ werd versierd.

Het was voor die tijd bijzonder dat het gezin vaak en best ver op vakantie ging. Met een vader die machinist was (zijn moeder werkte bij de post) mocht het gezin vrij met de trein door Europa reizen. Dat deden ze vaak, met als bestemming meestal strand, zee en de zon.

Over zijn middelbare schoolperiode, die hij in een gemiddelde tijd afrondde, heeft Bas zich eens laten ontvallen dat hij tijdens de lessen Grieks de docent aanmoedigde om nog meer huiswerk op te geven, zelfs al namen zijn klasgenoten hem dat niet in dank af. Behalve zijn passie voor Grieks en Latijn had Bas affiniteit met de economische vakken en een carrière in accountancy lonkte.

Zijn eerste ervaringen met culturele uitingen leerde Bas tijdens zijn bijbaantje als portier bij de Roosendaalse Schouwburg De Kring, waardoor hij veel voorstellingen gratis mocht bijwonen. Ook sloot Bas zich aan bij de Literaire Kunstkring van Roosendaal, een stichting die geregeld literaire avonden organiseerde waarop schrijvers uit Nederland en Vlaanderen geïnterviewd werden.

Studententijd[bewerken]

Na een korte flirt met het accountantsbestaan meldde Bas zich bij aanvang van het studiejaar 1990-91 bij de Faculteit der Letteren aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg (thans Tilburg University geheten). Hij volgde de specialisatie Theorie en Geschiedenis van de Literatuur, maar studeerde af in het ‘vrije studieprogramma’ omdat hij Literaire Socialisatie, een van de verplichte vakken binnen de specialisatie, van dermate niveau vond dat hij zich er te veel aan ergerde in dat vak tentamen te doen.

Tijdens zijn studie verzamelde Bas een groepje kameraden om zich heen met wie hij talrijke initiatieven ondernam die kruisverbanden hadden met literatuur (verhalen, gedichten, columns, beschouwingen), journalistiek (recensies, interviews, reportages) en podiumkunst (lezingen, voordrachten, cabaretvoorstellingen, muzikale optredens).

Cabaret[bewerken]

Dood & Verderf[bewerken]

De uitvoering vond eenmalig plaats op 9 september 1992 als onderdeel van de introductieperiode bij de Tilburgse studentenvereniging Plato. Het programma bestond uit een aaneenschakeling van sketches waarbij Bas gehuld in een jurk uit de collectie van La Poubelle zijn publiek van humor bediende.

Hoogtepunt vormde een vertolking van kinderliedjes over een instrumentale track van Nirvana’s hitsingle ‘Smells Like Teen Spirit’. De liedteksten pasten wonderwel op de melodie van het volkslied van de grunge, het vervreemdende effect was de humor zelf. Het refrein, gevormd door de tekst van ‘Ik zag twee beren broodjes smeren’ schreeuwde hij vol overgave de zaal in. Na afloop stond een glas bier klaar om de verschroeide stembanden af te koelen.

De voorstelling sloot af met een Nederlandstalige uitvoering van 'Bohemian Rhapsody' waarin Bas de versregel ‘Any way the wind blows’ met dichterlijke vrijheid vertaalde als ‘Hoor de wind waait door de bomen’ en ‘Beelzebub has a devil put aside for me’ werd ‘Beelzebub heeft een Duvel voor mij weggezet’.

De toegift bestond uit een ceremoniële druk op de play-knop van de cassetterecorder en terwijl de cabaretiers het podium verlieten, klonk een erbarmelijke uitvoering van het Wilhelmus op accordeon en saxofoon.

Het debuut als eerste keer[bewerken]

Andere gelegenheidsvoorstellingen volgden, vaak op laatste ingeving in elkaar gedraaid en uitgevoerd voor een spreekwoordelijke appel en ei. Een lucratievere opdracht kwam van de organisatie van de Debutantenprijs voor literatuur in Dordrecht, waar voor een geldbedrag en een fles sterke drank (dat laatste bedongen als noodzakelijk rekwisiet tijdens de voorstelling) een aantal sketches rond debuteren in sport en literatuur met elkaar werd verweven met subtiele verwijzingen naar de titels van de genomineerde boeken.

De voorstelling eindigde met een persiflage van ‘De glimlach van een kind’, belicht vanuit een hoek die de meer incestueuze connotaties blootlegden. Het publiek, dat tot dan toe hooguit een beetje gegniffeld had, bleef muisstil toeschouwen. Op het beoogde hoogtepunt werd Bas met een vuistslag gevloerd, om bij wijze van laatste eer een ‘requiem voor een pedo’ toegesproken te krijgen. Het aarzelende applaus dat daarop volgde, kwam tot stand dankzij zijn vriendin, die later opmerkte dat die vuistslag ‘wel wat eerder’ had mogen worden uitgedeeld.

Daags later besteedde de Volkskrant in zijn verslaggeving een enkele regel aan de voorstelling. Als programmaonderdeel van een feestavond, die als geheel geen malse kritiek te verduren kreeg, kreeg het cabaret bij monde van uitgever Vic van der Reit het oordeel: ‘Zo slecht zie je ze zelfs niet op het Boekenbal.’[1]

Het kon Bas niet zozeer schelen wat de pers ervan vond, als wel dat zij erover geschreven had. Veel meer genoegen hield hij over aan het voorval met het borrelglaasje waaruit hij zojuist de sterke drank genuttigd had en dat hij per toeval naar de rand van het podium schopte alwaar het vlak voor het bebrilde gezicht van uitgever Martin Ros uit elkaar spatte.

Sterftecijfer 4[bewerken]

Onder de noemer voordrachttheater las dit gezelschap van vier schrijvers/dichters/taalkunstenaars begin jaren 1990 voor uit eigen werk. De naamgeving kwam tot stand door het unanieme besluit dat het mankgaande metrum en de blikkerige klinkervolgorde treffend aansloot op de woordbetekenis.

Zo uiteenlopend als de performers van karakter waren, zo eensgezind stonden zij achter het programmatische thema dat de geëtaleerde Weltschmerz, gespeeld of doorleefd, met een kwinkslag gebracht moest worden.

Een van de bijdragen waarmee Bas beantwoordde aan dit standpunt, was een scherts met de titel ‘Waarom ik niet van countrymuziek hou’. De protagonist laat zich door een als cowboys verkleed gezelschap uitnodigen aan een kampvuur bij te zitten, waar onder genot van muziek en drank de saamhorigheid op lichamelijke wijze wordt gevierd volgens het adagium ‘mannen onder elkaar’.

Het debuut van Sterftecijfer 4, dat plaatsvond tijdens een open podium in het Tilburgse café De Voortuin op 20 januari 1993, werd vroegtijdig afgebroken onder het voorwendsel dat de voordracht te lang was.[2] Toen de eigenaar aanbood dat het gezelschap op een andere datum terug mocht komen, stelde Bas als voorwaarde dat het gezelschap voor het optreden betaald kreeg. En zo gebeurde het dat het gezelschap op 7 maart 1993 terugkeerde voor een optreden van één uur tegen een gage van 200 gulden (€ 90,00).

Op 28 maart 1993 volgde een optreden in het Tilburgse café Liquid (aan de inmiddels verdwenen Magazijnstraat), waarbij de uitbater van het café Charles een support act verzorgde op een tekst (mede door Bas geschreven) die hem ter plekke werd toegeschoven. Zonder enige voorbereiding en ten overstaan van een afgeladen café las de uitbater voor over een droevig voorval waar hij zelf een zekere rol in speelde. Het verhaal eindigde met een gedicht waarin de uitbater een beschrijving gaf van de vitaliteit van zijn eigen zaad.

Er volgden nog diverse optredens, waaronder in oktober 1993 in de mensa van de Radboud Universiteit te Nijmegen, waar de geluidsversterkers rond lunchtijd niet bestand waren tegen het lawaai van studenten die hun afwas wegbrachten naar de keuken, op dezelfde plaats waar het viertal hun performance gaf.

Op uitnodiging van het tijdschrift Mosselvocht trad de groep een aantal keren maal op in Amsterdam (1993 café De Engel; 4 november 1994 café De Koe). Bij een van die gelegenheden ontstond licht tumult onder het publiek toen de Limburger van de groep zich badinerend uitliet over het levenslied ‘Geef mij maar Amsterdam’.

Door ambitie bevlogen, arrangeerde het gezelschap een fotosessie waarin het gezelschap vastgelegd werd in een overvloed van wijnflessen en boeken. Er lag een proefdruk klaar van een boekpublicatie met geselecteerde bijdragen onder de titel Zwavel, wachtend op het moment dat de publicatie uitgerold kon worden.

Persoonlijke spanningen tussen de groepsleden leidden tot een voortijdig einde van dit veelbelovende gezelschap.

Meelij & Afschuw[bewerken]

Tilburgs literair tijdschrift van het fin du 20ème siècle ontleent zijn titel aan een citaat uit Aristoteles’ standaardwerk Poetica: ‘De tragedie wekt meelij en afschuw op bij de toeschouwers en bevrijdt hen van hun leed.’[3] Dit citaat vormde het motto van iedere uitgave die er van het tijdschrift verschenen is.

Ontstaan uit een gezamenlijk initiatief met twee medestudenten richtte Bas het literair tijdschrift op, waarvan hij met het gezelschap van drie personen tevens de redactie vormde. Met enige regelmaat verscheen het tijdschrift tussen maart 1995 en januari 1999 waar het in de Tilburgse lokale omgeving gaandeweg zijn plaats veroverde, tot het tijdschrift door gebrek aan motivatie en opvolging stopte en geruisloos verdween.

De vormgeving van het tijdschrift was eenvoudig en zonder poespas: gebruikmakend van een schreefloze letter stond de tekst op de bladzijden in een weinig avontuurlijke tekstspiegel. Het was Bas’ idee om niet te veel opsmuk in de vormgeving te stoppen, en de focus op de tekst te houden. Daardoor bleven inspanningen aan de vormgeving beperkt, al liet een enkele criticus zich ontvallen dat de verschijning van Meelij & Afschuw ‘brakend saai’ was.

De eerste ontvangst van het tijdschrift was op zijn zachtst gezegd niet mals. Met de minimale financiële middelen die voorhanden waren, was de eerste uitgave een product van handenarbeid met fotokopiëren, sorteren, bundelen en schoonsnijden tot een boekwerk dat van de buitenkant voldeed aan de eisen voor een plaats in de boekenkast. Het binnenwerk had van pagina naar pagina een schots en scheve tekstspiegel en de kaft kon niet zo ver opengevouwen worden of de pagina’s lieten los uit het lijmwerk in de rug.

Erger dan dat waren de kritieken op redactionele missers waardoor het tijdschrift, dat zichzelf had geëtaleerd met ‘een reeks documenten die het cultuurpessimisme van deze tijdgeest als een glas schaal bier zullen doodslaan’ genadeloos werd weggezet als niet meer dan een sympathiek maar te hoog gegrepen studenteninitiatief.[4]

Bewust van de fouten die ze in het eerste nummer over het hoofd had gezien, trok de redactie in de volgende nummers de teugels strakker aan. Met name de ingezonden bijdragen werden pas opgenomen nadat er intensieve redactionele betrokkenheid had plaatsgehad. Ook de verzorging van het tijdschrift werd, dankzij bredere financiële armslag en betere druktechnieken gaandeweg beter.

Latere kritieken onderstreepten dat het tijdschrift in de stijgende lijn zat, Men herkende dat Meelij & Afschuw als literair tijdschrift ‘niet zonder pretenties’ aan de weg timmert, maar [het] zorgt er wel voor dat het leesbaar blijft.’ Complimenterende bewoordingen als ‘inventief’, ‘onderhoudend’ en ‘een gewoon en goed, lekker leesbaar verhaal’ onderstreepten de kwalitatieve groei van het tijdschrift.[5]

Behalve dat Meelij & Afschuw het medium was waarmee de redactieleden hun eigen talenten etaleerden, bood het tijdschrift een platform voor schrijvers uit de directe omgeving: vrienden en kennissen, met name studenten van de Letterenfaculteit, zagen hun verhalen en gedichten gepubliceerd. Daarnaast stond het tijdschrift open voor essays en beschouwingen, recensies en interviews, en was er plaats voor vertalingen.

Consulaat der Letteren[bewerken]

Om aanspraak te kunnen maken op de geldpotjes en subsidies die de overheids- en particuliere instanties met een hart voor kunstuitingen beschikbaar stellen, richtte de redactie van Meelij & Afschuw een stichting op die in de oprichtingsakte als doelstelling had opgenomen: het bevorderen van kunst en cultuur in de breedste zin van het woord.

Dankzij Stichting Consulaat der Letteren (Bas vervulde er de functie van penningmeester) vond de redactie aansluiting bij aanverwante culturele instanties die het panorama van de Tilburgse cultuur bepaalden.

De literaire initiatieven die het Consulaat der Letteren ontplooide naast de uitgave van Meelij & Afschuw waren de begeleiding en publicatie van boeken door in Tilburg woonachtige schrijvers. Hiervoor maakte de stichting dankbaar gebruik van subsidies uit fondsen van de Gemeente Tilburg. Deze literaire publicaties verschenen onder de imprint Rundgen, dat te boek stond als een afdeling van het Consulaat ter Letteren.

Een zijdelingse activiteit met een indirecte culturele motivatie, vormden plannen voor een online Bieradviesdienst, als uitvloeisel van de opgedane ervaring over de diverse bieren die de leden van het bestuur tijdens de bestuursvergaderingen consumeerden.

Een vergadering werd begeleid door een menu van vier bieren met een thematisch verwant karakter. De bestuursleden beoordeelden het bier op smaak en op aansluiting met de andere bieren van het menu en legden de beoordelingen vast in een logboek.

De kennis uit het logboek zou de basis vormen voor de Bieradviesdienst, als onderdeel van de website van het Consulaat der Letteren. Tot een uitvoering van dit initiatief is het echter nooit gekomen.

Afstudeerscriptie[bewerken]

Het onderwerp dat Bas koos, ontstond nadat hij inspiratie had opgedaan bij het vak Psychoanalyse, dat aan de Theologische Faculteit werd aangeboden. Aan de hand van het standaardwerk DSM, dat een overzicht van psychische aandoeningen geeft, besloot Bas de hoofdpersonage uit Werther Nieland van Gerard Reve als casus te beschrijven. Door het boek te lezen als een transcriptie van therapiesessies van een volwassen persoon die op zijn jeugd terugziet, kreeg de complexe identiteit van Werther Nieland gestalte.

Bas gaf zijn scriptie de toepasselijke titel De kleine zenuwlijder mee. Deze titel komt uit een passage in Reve’s debuutroman De avonden, waarin de boekenverzamelaar Viktor Poort de hoofdpersonage Frits van Egters het psychiatrisch handboek boek De kleine zenuwlijder te leen geeft.

Door bezuinigingen op de studiefinanciering, die onder meer de leeftijdsgrens voor studiefinanciering verlaagde naar 27 jaar, had Bas niet veel tijd om zijn scriptie af te ronden. In plaats van de gangbare werkvorm – de scriptie krijgt gestalte door gesprekken met de begeleidende docent – leverde Bas een complete eindscriptie af nog voordat het eerste gesprek met professor Goedegebuure moest beginnen.

De gesprekken kenden vooral vermakelijke momenten wanneer de meer spitsvondige passages uit Reve’s novelle ster sprake kwamen, zoals het lulsnijdersmannetje, een met wier overdekt watermonster dat onverhoeds naar boven kon komen om zich meester te maken van de manlijke delen van de nietsvermoedende bermtoerist.

Hoewel er voldoende redenen waren om de behandelde stof nader uit te werken, werd al snel duidelijk dat Bas niet te sturen viel, dus ook niet met zijn scriptie. Nadat een aantal oriënterende gesprekken had plaatsgevonden, gaf professor Goedegebuure dan toch groen licht voor Bas om af te studeren op de scriptie in de vorm waarin hij deze had ingediend.

Op donderdag 14 december 1995, de verjaardag van Gerard Reve, hield Bas zijn verdediging, die vooral een ceremoniële betekenis had. In de weken voorafgaand had Bas een brief aan de uitgever van Reve gestuurd om de volksschrijver uit te nodigen voor de verdediging en het feest dat die avond bij Bas thuis zou plaatsvinden. Hij beschreef zijn woning als een eenvoudige arbeiderswoning maar wel gesierd met een Mariabeeldje bij de voordeur in een nis in de muur.

Loopbaan[bewerken]

In de wetenschap dat er in de letterkunde voor slechts weinigen een droog brood te verdienen valt, koos Bas na de voltooiing van zijn studie voor een verkorte lerarenopleiding aan de Hogeschool Katholieke Leergangen te Tilburg. Daar haalde hij in 1998 achtereenvolgens zijn tweedegraads en eerstegraads bevoegdheid voor het vak Nederlands.

Datzelfde jaar aanvaardde Bas zijn eerste betrekking als leraar Nederlands in het middelbaar onderwijs. Gedurende een periode van zeven jaar jobhopte hij tussen een aantal middelbare scholen in Tilburg en Dordrecht, op zoek naar een aanstelling die het beste bij zijn persoonlijke ontwikkeling zou aansluiten. Die aanstelling vond hij in 2005 toen hij als docent Letterkunde bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg aan de slag ging.

Dissertatie[bewerken]

In 2013 begon Bas met een beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek aan zijn promotieonderzoek naar humor in 1561. Over zijn onderzoek heeft Bas gedurende zijn promotieonderzoek tussentijds ook artikelen gepubliceerd, lezingen gehouden en interviews gegeven, aan onder meer Bron[6] (het nieuwsmedium van Fontys Hogescholen), NRC[7] en Omroep Tilburg.[8]

Voor zijn onderzoek bestudeerde hij ruim 80 teksten uit het jaar 1561, dat een uitzonderlijk rijke literaire productie kende. Er was een grote voorkeur voor viezigheid, maar ook plek voor serieuze maatschappijkritiek.

1561 is een bijzonder jaar in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Er waren in dat jaar twee grote literaire festivals (een in Rotterdam en een in Antwerpen) en in Brugge werd een heel dik boek vol gedichten en liedjes gecompleteerd.

Een behoorlijk deel van die teksten is humoristisch. Ze vertonen een grote onderlinge samenhang. Een deel ervan is maatschappijkritisch: ze tonen verkeerd gedrag van bevolkingsgroepen. Een andere groep teksten gaat over hoe man en vrouw met elkaar om moeten gaan en wat er gebeurt als zij dit niet goed doen. Als de verhoudingen binnen een gezin verstoord raken, dan heeft dit effecten op de samenleving.

De derde groep teksten gaat over de zotheid zelf. In 1561 werd de repressie opgevoerd, kritiek op kerk en overheid werd niet getolereerd. Vandaar dat men vluchtte in zotheid, om maar vooral niet geconfronteerd te hoeven worden met welke vorm van onderdrukking ook.

Een eerste versie van zijn proefschrift werd in september 2018 door promotor prof. dr. Johan Oosterman (Radboud Universiteit) en copromotor dr. Katell Lavéant (Universiteit Utrecht) goedgekeurd en naar de manuscriptcommissie gestuurd, maar die commissie keurde het af. De voornaamste kritiek was dat de tekst te veel meanderde, wat afleidde van de hoofdzaak, en dat er teveel afbeeldingen in waren verwerkt.

Bas kreeg de opdracht om de tekst te herzien en in te korten, wat hoopgevend was, ook al bleef hij er wel bedroefd onder. Hij maakte een tweede versie, die hij geheel vanaf de grond opnieuw samenstelde, met het bestand van de eerste versie als de bron waaruit Bas relevante selecties overhevelde naar het nieuwe werkdocument.

Op 8 juni liet Bas in een e-mail aan zijn paranimfen weten: ‘Het proefschrift is goedgekeurd. We moeten dus gaan nadenken over de kleding die we gaan dragen.’

Op zijn verjaardag dinsdag 12 november 2019 om 14.30 uur vond de verdediging van zijn dissertatie Comt sotten / helpt sottelijck sotheyt bedrijven. Humor in 1561 plaats in de aula van de Radboud Universiteit in Nijmegen.[9]

Aanjager van discussies[bewerken]

Bas heeft zich in de loop der jaren veelvuldig in discussies gemengd, of deze zelf geïnitieerd. Collega-docenten herkennen zijn vakdidactische visie waarvan hij zijn uitgangspunten deelt op de facebookpagina voor leraren Nederlands, als columnist op de website neerlandistiek.nl en in de brievenrubriek dan wel op de opiniepagina van (landelijke) dagbladen. Dit doet hij in een dusdanige eigengereide, ironische stijl dat hij enerzijds (te) serieuze neerlandici in den lande op de kast krijgt en anderzijds blijk geeft van meesterlijke, zeer creatieve invalshoeken om studenten en scholieren te laten lezen, denken en leren.

Kruistocht voor betere colleges[bewerken]

In zijn tweede jaar op de universiteit stuitte Bas op het vak Inleiding Marketing en Sociologie van het Boek, gegeven door de gerenommeerde boekensociologen Hugo Verdaasdonk en Cees van Rees, dat deel uitmaakte van het verplichte curriculum in het doctoraalprogramma.

Bron van ergernis vormden de locatie van de colleges, in een zaal waar een zeiklucht hing en geen plaats was voor alle studenten, evenals de herhaling door ‘wisselend ingevlogen’ docenten van oude stof en de talrijke spelfouten in de overheadsheets. Bas: ‘Als de vorm niet klopt, begin ik ook te twijfelen aan de inhoud.’[10]

Bas een actie en haalde een groep ruim 30 medestudenten over om een formele klachtenbrief te ondertekenen naar de studierichtingcommissie. Gelijktijdig publiceerde hij in het faculteitsblad een polemisch stuk getiteld ‘Woensdagavond na het college (*)’, waarbij de asterisk verwees naar een voetnoot waarin Bas twee medestudenten bedankte voor hun commentaar op eerdere versies van zijn artikel – een knipoog naar de gewoonte van Verdaasdonk en Van Rees om elkaar te bedanken in de publicaties van hun eigen wetenschappelijke artikelen.[11]

Het artikel begon en eindigde met hetzelfde vloekwoord en beschreef daar tussenin een aaneenschakeling van tekortkomingen die Bas tijdens de colleges had geconstateerd. Naar aanleiding van dit artikel nodigden Van Rees en Verdaasdonk hem uit voor een gesprek, dat ontaardde in een twist waarin Bas volgens hemzelf werd uitgemaakt voor ‘een lul en een fascist’.

Op advies van de redactie van het faculteitsblad beschreef Bas zijn weergave van het bewuste gesprek in een artikel met de fictieve setting van een surrealistische droom.

Tegelijk gaf de redactie de bewuste personen in het fictieve verhaal ‘die in aanmerking kwamen’ de gelegenheid om te reageren. In hun reactie verweten de docenten Bas stemmingmakerij omdat zij vonden dat zij veroordeeld werden maar zich niet konden verdedigen: ‘Dat is jammer.’[12]

De polemiek kreeg een staartje door een artikel in de universiteitskrant dat de titel ‘Fascist!’ droeg, vergezeld van een foto van Hugo Verdaasdonk en de quote ‘Niet netjes’ (...) ‘dat er in de manier waarin hij ons zonder proces veroordeelde zekere parallellen met het fascisme zitten. Maar ik heb zeker niet gezegd dat hij een fascist is.’[13]

Nadat de storm was uitgeraasd, bleef Bas plaagstootjes richting Verdaasdonk en Van Rees uitdelen. Zo publiceerde hij in het faculteitsblad een interview met zichzelf als student van de maand waarin Bas, nadat zijn alter ego in een dwangbuis is afgevoerd, mijmert: ‘Maar ach, de zon schijnt, er is geen regen, het is rotweer met harde wind (dat laatste van Hugo, mijn rasechte Maaghond die om de haverklap uitgelaten wil worden).’[14]

Op de bres voor scholieren[bewerken]

Als docent Nederlands in het middelbaar onderwijs klom Bas december 2001 in de pen om het besluit te veroordelen van een acteur die zijn solovoorstelling van Een nagelaten bekentenis afzegde om redenen dat er scholieren de voorstelling zouden bijwonen. Bas stuurde zijn beklag rond naar de landelijke pers. Onder meer de Volkskrant nam het bericht op als ingezonden brief die op grievende toon afsloot: ‘Dat de staatssecretaris van Cultuur subsidie geeft aan gezelschappen die hun best doen jongeren naar het theater te lokken, vinden velen vreemd. Dat er subsidie gegeven wordt aan een acteur die jongeren afstoot vind ik absurd.’[15]

Het nieuws kwam onder de ogen van de staatssecretaris voor cultuur en media Rick van der Ploeg, die Bas een persoonlijke brief stuurde waarin hij liet weten het voorval te betreuren.

Volgens een interview dat nadien plaatsvond in het televisieprogramma De Plantage, zou de acteur op het punt hebben gestaan om Bas aan te bieden dat hij de voorstelling op de school kwam uitvoeren. Tot de acteur een ander artikel onder ogen kreeg dat De Telegraaf op basis van Bas’ rondschrijven had afgedrukt en dat tendentieuzer van aard was, met verwensingen over aan arbeidersallure gerelateerde tekortkomingen. Daarna kwam de acteur op zijn voornemen terug: ‘Laat ze eerst maar hun excuses maken.’

Nevenactiviteiten[bewerken]

Naast zijn werk als docent Nederlands onderneemt Bas talloze activiteiten. Het zijn er te veel om op te noemen, vandaar dat hieronder slechts een beperkt aantal van zijn liefhebberijen zijn geschetst.

Lezingen[bewerken]

Als eloquent spreker geeft Bas regelmatig (gast-)lezingen met thema’s die in de hoofdzaak gerelateerd zijn aan het onderwijs, de Nederlandse taal of humor in de Middeleeuwen.

Op scholengemeenschap De Nassau in Breda gaf Bas twee keer een lezing in het kader van de jaarlijkse leerhuizen.[16] Deze leerhuizen kennen een lange traditie en verschillende sprekers (van Joost Zwagerman tot Joke Hermsen, van Bas Haring tot Govert Schilling) gingen Bas voor. Het leerhuis is bedoeld als feest voor de geest om het personeel te trakteren op een filosofische en levensbeschouwelijke lezing.

De laatste lezing van Bas voor het leerhuis stond in het licht van zijn promotieonderzoek en had als titel ‘Humor in de Middeleeuwen’. Hij dacht het personeel van de Nassau te amuseren met een goede middeleeuwse mop. Bas bouwde het verhaal prachtig op, zoals het de verteller van een goede grap betaamt en hij eindigde met de pointe ‘en toen schopte de duivel haar hard in haar kut’.

De zaal verstijfde en verkrampte om de platte humor van onze middeleeuwse medemens. Drie personen verlieten vroegtijdig het auditorium, het overige publiek bleef totaal verbouwereerd de rest van de lezing afwachten.

Bas wilde choquerend starten en dat was hem gelukt. Er is nog aardig nagepraat over zijn lezing. Niet iedereen kon sympathie opbrengen voor de platvloersheid van de middeleeuwse humor, maar dat is voor wetenschappelijk onderzoek volkomen irrelevant.

Poëzie[bewerken]

Ollekebollekes[bewerken]

Nog voor zijn studententijd dichtte Bas ollekebollekes onder zijn auteursnaam Bastiaan Jongeneel. Dit pseudoniem valt mooi in het metrum van een dubbele dactylus, wat tevens de versvoet van een ollekebolleke vormt.

In zijn propedeusejaar hoorde Bas een medestudent vertellen over zijn in eigen beheer gemaakte verhalenbundel van een aantal gesorteerde fotokopieën die tot A5-formaat waren gevouwen met een paar nietjes in de rug. Bas besloot volgens datzelfde proces een selectie van zijn ollekebollekes uit te geven.

In oktober 1990 verscheen de bundel Knol in een uitgave van St. Axis. De bundel bevatte 20 ollekebollekes die als volgt werd begonnen:

Eerst even voorstellen

Bastiaan Jongeneel

Is de auteur

Van dit prachtige boek.

’t Nieuwste talent in het

Nederlandstalige

Maakte dit werk

In een zucht en een vloek.

Als eerstejaars publiceerde hij vrijwel maandelijks ollekebollekes in en over de Letterenkrant KIK. Deze publicaties gingen geleidelijk over in de rubriek ‘Oud-Tilburgse ambachten en gebruiken’, over opgespoorde versjes met titels als ‘Den schaotesbyter (1712)’, ‘Den Swaonedraoïer (1602)’ en nog vele andere lichtvoetige dichterlijke bijdragen.

Sonnetten[bewerken]

Bas heeft zijn liefde voor de koe nooit onder stoelen of banken geschoven. De bundel Handboek Veehouderij brengt een verzameling sonnetten waarin hij het zoogdier vanuit verscheidene perspectieven belicht.

In zijn bundel 67 sonnetten vormen de laatste vijftien sonnetten een sonnettenkrans. De titel van deze krans is 'Champagne, kaviaar en wildgebraad' en het is thema is de Griekse mythologie.

In 2017 schreef Bas een sonnettenmatrix die verscheen onder de titel Frituur is voor tevredenen of legen en werd uitgegeven als een papieren rol gestoken in een pvc-ring.

Voor de poëzieweek 2018 schreef Bas op verzoek van de Zeeuwse boekhandels mee aan een sonnettenkrans. De bundel De hemel strooit zijn sterren aan de kant werd cadeau gegeven aan klanten die tijdens de poëzieweek een aankoop vanaf 10 euro deden.

In 2019 schreef Bas opnieuw mee aan een sonnettenkrans ten behoeve van het geschenk voor de poëzieweek van dat jaar: Gouden ladders in de lucht.

De sonnettenkransenkrans is een tour de force die Bas inmiddels drie keer heeft volbracht. Hij stelde de bundels samen met behulp van een groep dichters die in een voor iedere publicatie andere samenstelling bijdragen verleenden.

De eerste sonnettenkransenkrans Een kruisweg van alledaags leed verscheen in 2016. Daarover schreef Bas: ‘We beweerden dat het de eerste ter wereld was, maar dat bleek achteraf niet te kloppen. Het is wel de eerste sonnettenkransenkrans in het Nederlands.’[17]

De tweede sonnettenkransenkrans die Bas mede samenstelde, vaderlandse geschiedenis, verscheen in 2018. In 2019 verscheen de sonnettenkransenkrans De liefde: een met gif gevulde beker.

Bas is medebedenker van het Tilburgse sonnet en dat leidde in 2017 tot de verschijning van Een kruik vol oude pis, in een oplage van 113 genummerde exemplaren.

Korreltje Zeezout I[bewerken]

Op 14 oktober 2017 organiseerde Bas Jongenelen samen met Stichting Korreltje Zeezout het literaire evenement Korreltje Zeezout I. Hij stelde de gelijknamige bundel samen en zorgde voor een gevarieerd programma. Het toegestroomde publiek in een strandpaviljoen aan de Zeeuwse kust beleefde middag ramvol poëzie en spetterende voordrachten.

Vereeuwigd in het Zeeuwse landschap[bewerken]

De hemel strooit zijn sterren aan de kant is behalve als boekengeschenk ook een poëzieroute van drie kilometer langs een voet- fietspad in de omgeving van Ellemeet. De sonnetten zijn gedrukt op plexiglazen platen. Het meestersonnet staat op het Dorpsplein van Ellemeet. Een ode aan het Zeeuwse landschap. De natuur. Zo vallen beeld en verbeelde samen. Vorm en inhoud worden een.

Erotische grafpoëzie[bewerken]

De bundel Over mijn lijk: erotische grafpoëzie voor op het kerkhof verscheen in 2017 en werd uitgegeven door Stichting Spleen in Amsterdam.[18] Een dankbaar onderwerp waarvoor Bas maar liefst zes sonnetten leverde. Zijn donkere kant? Uit de krochten van zijn ziel? Of gewoon zijn humoristisch poëtische inborst. Zelf zegt hij hierover in het voorwoord: ‘Over het hoe en waarom van deze gedichten komen we echter niets te weten. Kregen de auteurs de onbedwingbare behoefte de liefde te bedrijven op het kerkhof? Of is de liefde met een lijk slechts een literair spel, zoals de liefde in de duetten van Frans Bauer & Marianne Weber?’

TV-optredens[bewerken]

Bas is niet vies van een beetje aandacht en publiciteit. Hij is een regelmatige verschijning in lokale media, maar ook op nationale tv heeft hij aardig aan de weg getimmerd.

In 2010 werd Bas gevraagd als jurylid in het programma Ik Hou Van Holland. Hij beoordeelde of de door de kandidaten gevormde woorden correct Nederlands waren of niet. Dat werd bijna een zeer gedenkwaardige dag voor Nederland omdat Bas het woord ‘roodhoofdpolitiek’ goedkeurde en dit woord bijna gekozen werd tot woord van het jaar 2010.[19]

Op 15 maart 2013 was Bas te gast in het programma De Wereld Leert Door waar hij een interview gaf over humor in de Middeleeuwen.[20] Bas begon uiteraard met een vunzige grap – over een vrouw met twee kutten en haar man die er slechts één nodig heeft – en de toon was gezet.

Bas gaf het interview meer diepgang aan de hand van een schilderij van Jeroen Bosch waarop een priester en een non geknield tegenover elkaar waren afgebeld terwijl ze aan het koekhappen waren. De toeschouwer kon zich erom verkneukelen dat hun monden elkaar op zeker moment zouden raken.

De achterliggende boodschap vatte Bas als volgt samen: ‘Bespot de leiders, dan overleef je op aarde.’

Trivia[bewerken]

Tijdens nacht van het boek 13 april 1996 presenteerde Bas aan Gerrit Komrij een sigaar en een exemplaar van Meelij en Afschuw, met de uitnodiging om in het literair tijdschrift te publiceren indien Komrij kopij had liggen. Komrij nam de spullen dankbaar in ontvangst en antwoordde dat hij ‘zeker zal overwegen om aan Meelij & Afschuw te denken’.

Volgens een met zichzelf gehouden interview als student van de maand[21] houdt Bas al sinds zijn studententijd van de drank Pastis.

Nadat Bas zich in een Twitterpolemiek rond Joost Zwagerman had gemengd met de opmerking dat Oesters van Nam Kee ‘toch niet zo’n slecht boek van Zwagerman schijnt te zijn’, reageerde Zwagerman met een e-mail aan Bas waarin de schrijver het veronderstelde misverstand meende te moeten rechtzetten.

Toen Bas in een artikel van bioloog Ronald Plasterk in de Volkskrant las dat Maria 'onbevlekt ontvangen [was] van de zoon van God’, stuurde hij een brief naar de redactie: ‘De onbevlekte ontvangenis betekent dat Maria zonder erfzonde (onbevlekt) verwekt is in de schoot van haar moeder Anna (ontvangenis). Laat Plasterk dat niet door elkaar halen, het is immers het DNA van het katholicisme.’[22]

Naar verluidt kwam Bas op het idee om een letterenstudie te volgen nadat hij zijn collega-accountants had verteld dat hij met zo veel plezier Hildebrand’s Camera obscura had gelezen, maar de collega’s daar ongeïnteresseerd op reageerden.

Het lesprogramma van de lerarenopleiding ging Bas zo makkelijk af dat hij het diploma naar eigen zeggen niet behaald maar gekocht had.

Door zijn gewoonte om de zinnen in zijn sonnetten te pas en te onpas over de versregels door te laten lopen, is Bas de ongekroonde koning van het enjambement.

Bas’ inzending voor de NRC-fotowedstrijd rond het thema ‘Eten’ betrof een portret getiteld ‘Hondenkots etende duif’.[23]

Bas’ voorliefde voor de frikandel gaat al heel lang terug. In 2011 verscheen onder pseudoniem Gerben H. Zalms bij uitgeverij Doppelgänger de bundel FRIKANDEL.[24]

Bas goochelt niet zelf, maar heeft wel een periode gehad dat hij zelf goocheltrucs bedacht (en maakte, en verkocht).

Volgens Bas is ‘Wood Beez (Pray Like Aretha Franklin)’ van Scritti Politti de perfecte popsong. ‘Wood Beez’ werd in 1984 als single uitgebracht[25] en staat op kant B van de langspeelplaat Cupid & Psyche uit 1985. Bas heeft zijn eigen exemplaar in zijn jeugd dermate grijsgedraaid dat hij volgens de overlevering bijna door het vinyl heen kon kijken.

Tijdens de borrel die na de verdediging van zijn proefschrift plaatsvond, werd Bas door zijn vrienden toegezongen met het liedje ‘Ik zag twee beren broodjes smeren’ op de klanken van het refrein van Nirvana’s hitsingle ‘Smells like teen spirit’.

Met zo veel te vermelden trivia zou het niet misstaan hebben deze Wikipedia-pagina met de trivia te beginnen.

CV[bewerken]

Studentenactiviteiten[bewerken]

  • Knol (poëziebundel, Uitgeverij St. Axis, 1990)
  • Kicking Edgar Allen Poe (postmodern literair bandje, september 1990- Koninginnedag 1991)
  • Een Kennis van Zaken (coverbandje, voorjaar 1991 – herfst 1992?)
  • Dubdichtersfestival (voordrachten, 1991/1992; presentator, 1993)
  • Dood & Verderf (cabaret, 9 september 1992)
  • Sterftecijfer 4 (voorleestheatergezelschap, 1992 – 1993)
  • Geschreven Stukjes (deel 1) (columns, verschenen in Brein Studentenkrant, maart 1993 – januari 1995)
  • Dutch Publishers (redacteur, 1994 – 1996?)
  • Tweede Nacht van de Columnist (presentator open podium, 25 november 1994)
  • Het debuut als eerste keer (cabaret, 11 maart 1995)
  • Meelij & Afschuw[26] (literair tijdschrift, opgericht als Afschuw, november 1994; verscheen 4 keer per jaar van maart 1995 – maart 1999)

Recente activiteiten[bewerken]

  • Uitgeverij Doppelgänger[27] (überfictie, 2010 – 2012)
  • Uitgeverij Geroosterde Hond[28] (2010 – heden)

Bestuursfuncties[bewerken]

  • Kon-Tekst (Studievereniging van de Faculteit der Letteren, voorzitter september 1993 – mei 1994)
  • Stichting Consulaat der Letteren (penningmeester, 1997-2008)
  • Gerrit Komrij-prijs[29] (voorzitter, september 2012 – heden)
  • Vertaalwedstrijd Hebreeuws[30] (jurylid, 2017 – heden)

Bibliografie[bewerken]

  • Handboek veehouderij (sonnetten, 1e druk (hardcover, 2006) bij Stichting Consulaat der Letteren (Tilburg), 2e druk (paperback, 2011) bij Geroosterde Hond (Tilburg), ISBN 9789076367057.
  • Op de opiniepagina – Overtuigend in vorm (2009), Uitgeverij Garant (Antwerpen/Apeldoorn), ISBN 9789044124903.
  • Comic Drama in the Low Countries c. 1450-1560 (2012). Uitgeverij D.S.Brewer (Woodbridge, Suffolk), ISBN 9781843842910.
  • 101 Posters van Hollandse Hits (2015). Uitgeverij Geroosterde Hond (Tilburg), ISBN 9781326395353.
  • Een kruisweg van alledaags leed (sonnettenkransenkrans, 2016). Uitgeverij Geroosterde Hond (Tilburg), ISBN 9789490855154.
  • Een kruik vol oude pis (Tilburgse sonnetten, 2017). Uitgeverij Geroosterde Hond (Tilburg), ISBN 9789490855192.
  • 67 sonnetten (2017). Brave New Books (Amsterdam), ISBN 9789402164206.
  • De hemel strooit zijn sterren aan de kant (sonnettenkrans voor de poëzieweek 2018). Stichting Korreltje Zeezout / Uitgeverij Geroosterde Hond (Ellemeet / Tilburg), ISBN 9789490855215.
  • vaderlandse geschiedenis (sonnettenkransenkrans, 2018). Stichting Korreltje Zeezout (Ellemeet), ISBN 9789402169935.
  • Gouden ladders in de lucht (sonnettenkrans voor de poëzieweek 2019). Stichting Korreltje Zeezout / Uitgeverij Geroosterde Hond (Ellemeet / Tilburg), ISBN 9789490855222.
  • De liefde: een met gif gevulde beker (2019). Stichting Korreltje Zeezout (Ellemeet), ISBN 9789402185386.
  • Der Himmel drängt seine Sterne an den Rand (Duitse vertaling van De hemel strooit zijn sterren aan de kant) (2019), ISBN 9789402194401.
  • Comt sotten / helpt sottelijck sotheyt bedrijven. Humor in 1561 (proefschrift, 2019) ISBN 9789402198690

Notenregister[bewerken]

  1. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hilarische-chaos-rond-debutantenprijs~bc132b4f/
  2. Argus, 22 januari 1993: ‘Open podium in café de Voortuin druk bezocht’
  3. Aristoteles, Poetica (Amsterdam, 1995)
  4. Univers, maart 1995: ‘Literair tijdschrift maakt beloften niet waar’
  5. Schoon Schip, aflevering 93, 1998
  6. https://bron.fontys.nl/docent-bas-jongenelen-promoveert-op-humor-uit-1561/
  7. https://www.nrc.nl/nieuws/2013/02/11/waarom-er-geen-boeren-in-de-hel-zijn-12615795-a329800
  8. https://omroeptilburg.nl/nieuws/algemeen/tilburgse-docent-doet-promotieonderzoek-naar-humor-uit-1561/
  9. https://www.ru.nl/gsh/@1230144/comt-sotten-helpt-sottelijck-sotheyt-bedrijven/
  10. Univers, januari 1992
  11. Kik, november 1991
  12. Kik, januari 1992
  13. Univers, januari 1992
  14. Kik, oktober 1992
  15. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/acteur-speelt-niet-voor-scholieren~b8b38e60/
  16. https://www.basjongenelen.nl/wp-content/uploads/verslag-lezing-de-nassau.jpg
  17. https://www.basjongenelen.nl/boeken/
  18. https://books.google.nl/books/about/Over_mijn_lijk.html?id=kNPJtAEACAAJ&redir_esc=y
  19. https://boeken.blog.nl/actueel/stemmen/2010/11/17/daggeren-dreigtweet-of-wordt-het-toch-het-balansbandje
  20. https://www.youtube.com/watch?v=UvUpNhqoRDY
  21. Kik, oktober 1992
  22. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/onbevlekt~b46ea054/
  23. https://www.bd.nl/stadsgezicht-tilburg/straatbeeld-duif-en-maal~af8c5d97/
  24. ISBN 978-94-90855-17-9
  25. https://www.nporadio2.nl/ekdomindeochtend/nieuws/22763/de-kluis-scritti-politti-wood-beez. Link naar de video: https://www.youtube.com/watch?v=qMdf1onDkxA
  26. ISSN 1385-5522
  27. https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/uberfictie~b6e4a364/
  28. https://geroosterdehond.wordpress.com
  29. https://www.neerlandistiek.nl/2018/12/gerrit-komrij-prijs-2018/
  30. http://vertaalwedstrijdhebreeuws.nl


Dit artikel "Bas jongenelen" is uit Wikipedia. De lijst van zijn auteurs is te zien in zijn historische   en/of op de pagina Edithistory:Bas jongenelen.



Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.