Jeugdzorgaffaire

Uit EverybodyWiki Bios & Wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

De jeugdzorgaffaire is een Nederlands politiek probleem als gevolg van onterechte verdenkingen van kindermishandeling en de volhardende houding van jeugdzorginstanties en overheden bij fouten. Vanaf 2013 kreeg de problematiek in toenemende mate aandacht. De interne verkenning Incident of patroon van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wees uit dat de rechtsbescherming van betrokkenen in de Jeugdbeschermingsketen in geval van melding dan wel signalering van een vermoeden van kindermishandeling ernstig onder druk staat. De Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming adviseert om de rechtspositie van ouders en kinderen drastisch te versterken.[1] Juli 2021 is de Algemene Rekenkamer een onderzoek gestart naar de rol van de rijksoverheid bij de jeugdbescherming. Najaar 2021 kwam aan het licht dat honderden en mogelijk duizenden kinderen van gedupeerden van de Toeslagenaffaire uit huis zijn geplaatst onder de dubieuze omstandigheden.

Omvang[bewerken]

De jeugdzorgaffaire omvat een divers aantal zaken en problemen. In mediaberichten werden parallellen getrokken met de toeslagenaffaire.[2][3] Hoofdredacteur Arendo Joustra schrijft op 29 januari 2021 in Elsevier Magazine[4] "Na toeslagendebacle dient volgende affaire zich al aan: de Jeugdzorg". Hoewel het dan pas bekend raakt onder de noemer jeugdzorgaffaire worden meer en meer ook eerder bekende zaken hieronder geschaard.

Grofweg valt onderscheid te maken tussen vijf problemen: waarheidsvinding, integriteit van het meldingensysteem, persistentie bij fouten, gebrekkige rechtsbescherming en gebrekkig overheidstoezicht.

Volgens een conservatieve schatting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid zou een benadering gemaakt kunnen worden die indiceert dat het tenminste vele tientallen tot wellicht enkele honderden van dergelijke gevallen per jaar betreft, hetgeen enkele promilles van het totaal aantal kindermishandelingen per jaar zou betreffen.[5] Dit op basis van prevalentieschattingen naar huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland uit het WODC prevalentieonderzoek 2010. Hierbij werd geen onderscheid gemaakt in de verschillende problemen.

Veilig Thuis ontvangt op jaarbasis 127.330 meldingen (2020).[6] Er zijn jaarlijks 41.050 kinderen en jongeren met jeugdbescherming (2020).[7] In 2020 voerde de RvdK 4.605 gezag- en omgangsonderzoeken uit en 18.357 beschermingsonderzoeken.[8] De problemen raken al deze gevallen. De problematiek is daarom mogelijk groter dan de schatting die ministerie maakt in het rapport incident of patroon.

Bestuurders en ministers willen, ondanks de vele media-aandacht en vele Kamervragen, niet ingaan op de problemen. Ze zetten de problemen weg als individuele gevallen waarover geen mededelingen worden gedaan, ook waar het de interne verkenning Incident of patroon betreft van het Ministerie van Justitie en Veiligheid zelf.[9] Instanties blijken druk uit te oefenen op media om kritische berichtgeving te veranderen.[10]

Juli 2021 is de Algemene Rekenkamer een onderzoek gestart naar de rol van de rijksoverheid bij de jeugdbescherming. Onderzocht wordt of de ministers van JenV, VWS en BZK voldoende effectief de structurele problemen in de jeugdbescherming aanpakken en oplossen gezien hun wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheid.[11]

19 Oktober 2021 maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat in de periode 2015-2020 naar schatting 1115 kinderen uit huis zijn geplaatst van gedupeerden van de Toeslagenaffaire.[12] Minister Dekker voor Rechtsbescherming reageerde daarop in een brief aan de Kamer dat het werkelijke aantal uithuisplaatsingen mogelijk hoger ligt.[13]

Waarheidsvinding niet geborgd[bewerken]

Nalaten waarheidsvinding heeft geen rechtsgevolg[bewerken]

In 2015 werd de Jeugdwet ingevoerd. Art. 3.3 Jeugdwet luidt: "De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren." Wordt dit artikel geschonden, dan is er geen rechtsgevolg bepaald.[14] De rechter zal dus op de ingebrachte informatie, waar of niet, af moeten gaan.

Gebrek aan juiste expertise[bewerken]

Volgens de Gecertificeerde Instellingen bestaat tussen de 60 tot 80% van hun jeugdbeschermingscasuïstiek uit complexe, conflict- of vechtscheidingen.[15] Hier worden vragen over gesteld. Het betreft complexe situaties waar de jeugdhulpverleners onvoldoende voor zijn opgeleid maar waarin hun betrokkenheid wel ingrijpende gevolgen kan hebben.[16]

Evenzo is er in de media veel aandacht geweest voor jeugdhulpverleners die in het geval van chronische zieke kinderen op de stoel van medisch behandelaars gaan zitten zonder dat ze daarvoor zijn opgeleid.[17]

Gebrekkige rechtsbescherming[bewerken]

Er zijn een aantal duidelijk aanwijsbare systeemfouten in de rechtsbescherming van ouders:

Geen grens tussen drang en dwang[bewerken]

In de praktijk van de jeugdzorg heerst veel onduidelijkheid over drang. De Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving constateren dat ‘drang’ en ‘preventieve jeugdbescherming’ soms feitelijk het karakter van dwang krijgen, terwijl het om hulp in het vrijwillig kader gaat. Dit is onwenselijk. Er moet een scherp onderscheid komen tussen vrijwillige hulp en jeugdbescherming, zonder vormen er ‘tussenin’. Het moet voor jeugdigen en ouders glashelder zijn welke soort hulp – vrijwillig of gedwongen – aan hen wordt verleend.[18]

Uitblijven rechtspositieregeling[bewerken]

Als een Gecertificeerde Instelling een uithuisplaatsing uitvoert neemt ze een perspectiefbesluit. Indien de Gecertificeerde Instelling besluit dat het perspectief niet bij de ouders ligt, heeft dit ingrijpende gevolgen voor het gezin: ouders en kind worden (blijvend) van elkaar gescheiden. Ouders en kind beschikken niet over een rechtsmiddel om het perspectiefbesluit te laten toetsen door de kinderrechter. In de praktijk kan het maanden duren voordat het perspectiefbesluit op een zitting bij de kinderrechter over de verlenging van de ondertoezichtstelling en/of de uithuisplaatsing wordt besproken. Intussen heeft het perspectiefbesluit tot ingrijpende wijzigingen (in de hulpverlening) geleid. De Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming acht het van belang dat een perspectiefbesluit, vanwege de verstrekkende gevolgen voor het privéleven en familie- en gezinsleven van ouders en kind, met rechtswaarborgen wordt omkleed.[19]

Uitholling klachtprocedures[bewerken]

In opdracht van Jeudgzorg Nederland deed Van Montfoort onderzoek naar de aanpak van het klachtgedrag. Onderzocht werd op welke wijze de belasting op instelling en professional kan worden verminderd en hoe een instantie ervoor kan zorgen dat klaaggedrag van cliënten zo min mogelijk impact heeft op het werk, de professionals en de instantie. De bevindingen van dit onderzoek hebben geresulteerd in het aanpassen van het klacht- en tuchtrecht.[20]

Jeugdzorg[bewerken]

De ontvankelijkheidsbeoordeling werden flink aangescherpt en er kwam een 'voorportaal'. Er wordt een nieuwe vroegtijdige strengere selectie op de ontvankelijkheid van een klacht gemaakt.[21]

Raad voor de Kinderbescherming[bewerken]

Met ingang van oktober 2019 voerde de Raad voor de Kinderbescherming een nieuwe klachtregeling in waarmee de externe klachtencommissie werd opgeheven. Dit zou gaan om een vereenvoudiging en versnelling van de klachtprocedure. De directeur neemt nu uiteindelijk, met inachtneming van een advies van een klachtenadviescommissie, de eindbeslissing op een klacht.[22] Voorheen kon een klager zich voor een eindbeslissing nog wenden tot een onafhankelijke externe klachtencommissie waarvan de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter werkten bij de rechtelijke macht.[23]

Onthullingen in de landelijke media[bewerken]

2013[bewerken]

De Kinderombudsman bracht op dinsdag 10 december 2013 het rapport 'Is de zorg gegrond?' uit. De Kinderombudsman constateert dat er met enige regelmaat fouten worden gemaakt in de rapportages die aan de basis liggen van ingrijpende maatregelen als uithuisplaatsing of ondertoezichtstelling van kinderen. Ook constateert de Kinderombudsman dat deze instanties te weinig garanties hebben ingebouwd om het aantal fouten tot een minimum te beperken.[24]

2015[bewerken]

Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) constateert dat Bureaus Jeugdzorg hun dossiers onvoldoende op orde hebben. Daardoor kunnen ze niet waarborgen  dat de persoonsgegevens juist en nauwkeurig zijn. Uit onderzoek bij twee BJZ’s blijkt dat niet duidelijk omschreven wordt wat harde feiten zijn en wat aannames.[25]

2016[bewerken]

17 september 2016 bericht VPRO's Argos dat Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant wetgeving over waarheidsbevinding niet handhaaft. Met name in vechtscheidingen waarin ouders elkaar beschuldigen van allerhande zaken gaat dit vaak mis. Er wordt zelden degelijk onderzoek uitgevoerd of de verwijten van de ene ouder naar de andere op feiten berusten. Toch baseert jeugdzorg zich op dit soort uitspraken bij ingrijpende beslissingen over de kinderen in het gezin. Vera Bergkamp, Kamerlid voor D66, laat in de uitzending weten deze bevinding “stuitend” te vinden. "Waarheidsvinding is geen keuze, we hebben dat wettelijk verankerd en jeugdzorg staat niet boven de wet." [26]

2017[bewerken]

16 februari 2017 berichtte EenVandaag dat tenminste vijftig ouderparen van kinderen met de ziekte van Lyme de afgelopen twee jaar geconfronteerd zijn met onterechte verdenking van kindermishandeling.[17] Op 9 september berichtte EenVandaag dat bijna 100 ouders het afgelopen jaar onterecht zijn verdacht van het zelf ziek maken van hun kind.[27]

In september 2017 schreef Follow the Money dat meerdere ouders onterecht verdacht waren gemaakt door Veilig Thuis, het voormalige meldpunt kindermishandeling.[28]

Op vrijdag 10 november 2017 vond het drukbezochte congres Waarheidsvinding in de justitiële jeugdketen plaats in het Erasmus Paviljoen. Hieraan namen ruim 200 professionals uit de justitiële jeugdketen, vertegenwoordigers van ouderorganisaties, wetenschappers en beleidsmensen deel.[29]

12 december 2017 werd in Zembla forse kritiek op Veilig Thuis geuit, het meldpunt voor kindermishandeling en huiselijk geweld. Volgens deskundigen in de uitzending schoot het meldpunt tekort in de waarheidsvinding bij de ouders die zijn verdacht van Munchausen by proxy.[30]

Eind 2017 schreven de Groene Amsterdammer en Investico dat de uitvoering van de Jeugdwet is ontaard in willekeur en chaos.[31]

2018[bewerken]

Begin 2018 schreef de Groene dat wanneer de kinderbescherminginstanties onjuistheden en onwaarheden over ouders noteerde de ouders dit niet of nauwelijks gecorrigeerd krijgen en worden dezelfde onjuistheden en onwaarheden van rapport naar rapport steeds opnieuw opgenomen.[32]

2019[bewerken]

12 juni 2019 concludeerde de Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg, geleid door hoogleraar pedagogiek Micha de Winter dat driekwart van de kinderen die tussen 1945 en nu in de jeugdzorg hebben gezeten, heeft daar te maken gehad met fysiek, seksueel of psychisch geweld of is daar getuige van geweest. De kinderen werden onvoldoende beschermd; gebrekkig overheidstoezicht zou daarvan een van de oorzaken zijn.[33]

Op 8 november 2019 stuurden de inspecties voor Gezondheidszorg en Jeugd en voor Justitie en Veiligheid een gezamenlijk rapport naar de Tweede Kamer. De inspecties sloegen daarin alarm over het jeugdstelsel. Ze constateren dat kinderen niet op de juiste plek en niet op tijd worden geholpen.[34]

2021[bewerken]

4 mei 2021 luidde rechter Mr. N. van Waterschoot de noodklok in diverse landelijke media. Van Waterschoot is zelf bestuursrechter maar stond als moeder veel voor de familierechter, in verband met procedures over omgang en gezag. Het gezin van de rechter liep helemaal vast in het systeem van de jeugdbescherming en de familierechtspraak. De ontboezeming zorgde voor een stortvloed aan reacties.[35]

Op 23 juni 2021 verscheen in NRC Handelsblad een artikel over het alarmerend rapport Incident of patroon. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid had onderzoek gedaan naar ernstige juridische fouten in de jeugdzorg. Het rapport kwam via een Wob-verzoek van KRO-NCRV Pointer boven water, nadat het eerder in een la was verdwenen, zo meldde het NRC.[36]

7 juli 2021 zond 2Doc de documentaire Goede Moeders uit over de prangende vraag wat er mis is met de jeugdzorg in Nederland. Verloskundige Sylvia von Kospoth ontdekte dat veel uithuisplaatsingen van kinderen voortvloeien uit slecht gefundeerde rapportages.

Juli 2021 is de Algemene Rekenkamer een onderzoek gestart naar de rol van de rijksoverheid bij de jeugdbescherming.

8 september 2021 bericht de Volkskrant dat Jeugdzorg mogelijk een omstreden rol had bij de toeslagenaffaire en honderden kinderen uit gedupeerde gezinnen uit huis zijn geplaatst.[37]


Dit artikel "Jeugdzorgaffaire" is uit Wikipedia. De lijst van zijn auteurs is te zien in zijn historische   en/of op de pagina Edithistory:Jeugdzorgaffaire.