Koninklijk Kabinet der Zeldzaamheden

Uit EverybodyWiki Bios & Wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Het Koninklijk Kabinet der Zeldzaamheden (oorspronkelijk Kabinet van Chineesche Zeldzaamheden genoemd) was een collectie Chinese en Japanse kunstvoorwerpen en andere etnografica uit Oost-Azië van verzamelaar Jean Theodore Royer (1737-1807)[1]. Deze had na zijn overlijden (voor 1813) in zijn testament aangegeven dat zijn kunstcollectie nagelaten werd aan Hem, die uit het Oranjehuis het eerst weder den Nederlandschen grond betreden zou. Nadat Koning Willem I in december 1813 was uitgeroepen tot soeverein vorst der Verenigde Nederlanden werd Roijers collectie door zijn weduwe, J.L. van Oldenbarneveldt, als geschenk aan hem aangeboden. In 1821 werd de collectie ondergebracht op de begane grond van het Mauritshuis dat een jaar eerder door de staat was aangekocht.

Door 92 schenkingen werd in 1824 het 'Koninklijk kabinet der zeldzaamheden' aangevuld met objecten hoofdzakelijk uit Nederlands-Indië. In 1826 werd het verder door Willem I uitgebreid met de aankoop voor 30.000 gulden van een collectie Japanse kunstobjecten van Jan Cock Blomhoff die van 1817 tot 1824 'opperhoofd' van de Nederlandse handelsnederzetting op Dejima bij Nagasaki was geweest. In 1831 was het 'Koninklijk kabinet der Zeldzaamheden' gegroeid tot in totaal 3108 objecten. Samen met de collectie van J.F. van Overmeer Fisscher, de boekhouder van de factorij van Dejima, en de uitgebreide collectie van Philipp Franz von Siebold, geneesheer in het leger in Dejima, vormde het Koninklijk Kabinet der zeldzaamheden de basis voor het Rijks Ethnographisch Museum dat in 1838 de deuren opende.[2]

Noten[bewerken]


Dit artikel "Koninklijk Kabinet der Zeldzaamheden" is uit Wikipedia. De lijst van zijn auteurs is te zien in zijn historische   en/of op de pagina Edithistory:Koninklijk Kabinet der Zeldzaamheden.