Pilarenorde

Uit EverybodyWiki Bios & Wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Pilarenorden, zuilenorden of pilasterorden en ook verwant bouworde, is een begrip in de bouwkunst en heeft betrekking op het hiërarchisch gebruik van vijf verschillende stijlen van de pilaar of zuil. Bij het gebruikt van pilaren werd de juiste rangschikking hiervan het grote hoofdthema van de architect in de Renaissance.

Geschiedenis[bewerken]

Het was de Romeinse architect Vitruvius die het gebruik van Griekse bouwvormen promootte in zijn architectuurboek De Architectura Libri Decem (Vertaald De Tien Boeken van Architectuur en in het Nederlands in 2008 verschenen als Handboek Bouwkunde). Hierin beschreef hij ook het gebruik van de pilaar of zuil. Het werk van Vitruvius was echter verminkt overgeleverd. Zo ontbraken de tekstverduidelijkende afbeeldingen.

Velen trachtten de ware ideeën van Vitruvius met betrekking tot de regels voor de gedachte ideale compositie van een gebouw, de constructie en de versieringen ervan te achterhalen. En ieder gaf zijn interpretatie hoe Vitruvius het volgens hem bedoeld zou hebben.

Zo publiceerden architecten als Leon Battista Alberti (1404-1472), Cesare Cesariano (1476/78-1543) en Sebastiano Serlio (1475-1553/55) hun ideeën in architectuurboeken. Deze staan ook bekend als (architectuur)traktaat, bouwordenboek, zuilenboek, voorbeeldboek en modelboek. In 1562 gaf Giacomo Barozzi da Vignola (1507-1573) zijn Regola delli cinque ordini di architettura (Vertaald De Vijf Orden van de architectuur) uit. Het bevatte 32 platen die voorbeelden gaven van gebouwen die enkele van de pilaarstijlen hadden. Hieronder het Pantheon dat de Korinthische pilaar heeft en het theater van Marcellus -beide in Rome- met de Dorische pilaar. heeft.Het werd met toegevoegde illustraties meermaals in verschillende talen herdrukt.

De geleerde Daniele Barbaro(1513-1570) was in 1547 begonnen aan een Vitruvius-vertaling met daarbij uitvoerig commentaar en ideeën. Barbaro publiceerde in 1556 een Italiaanse vertaling met commentaar. In 1567 gaf hij een Latijnse editie uit. Barbaro erkende echter dat de diepgaande kennis op het gebied van architectuur en archeologie van de architect Andrea Palladio(1508-1580) had bijgedragen aan dit werk. De zo ontbeerde tekstverduidelijkende illustraties die Palladio hier speciaal voor maakte getuigen daarvan. Het maakte het zo de meest accurate versie van Vitruvius tot dan toe.

Palladio zelf beschreef de stijlvormen van de pilaren in zijn architectuurboek uit 1570 I quattro libri dell”architettura (Vertaald De vier boeken van architectuur). Zijn navolger Vincenzo Scamozzi (1548-1616) gaf, voortbordurend op Palladio, een voorbeeldboek uit dat in zijn geheel uitgebreid over de pilaar en zuil ging L’idea della Architettura Universale (1615). Vooral het praktische gedeelte ervan kreeg veel herdrukken, soms in zakformaat voor ‘op de werkvloer’. Zo was er de uitgave van Symon Bosboom uit 1657 Cort onderwys vande Vijf Colommen. Scamozzi's boek verscheen in 2008 als De grondgedachte van de universele bouwkunst. Klassieke zuilenorden.

De opzet[bewerken]

De verschillende pilaarstijlen zouden op een hiërarchische manier aan een gebouw moeten worden aangebracht. Dit al naargelang naar belangrijkheid. In architectuurboeken wordt dan ook een vaste rangschikking aangegeven volgens welke men de pilaren diende aan te brengen. Deze wordt ook wel met ‘superpositie’ aangeduid. De term ‘orde’ wijst dan ook op een ‘schikking volgens een bepaald systeem’.

Onder deze ordening van de pilaren worden vijf verschillende stijlen van de pilaar of zuil gerekend. Ze hebben hun eigen voorgeschreven maatvoering en voorgeschreven bijbehorende kenmerkende versieringen, zoals aan het hoofdeind, het Kapiteel. Scamozzi zette de schikking op van laag(beneden) naar hoog(naar boven): de Toscaanse pilaar of pilaar van de Toscaanse orde, omdat deze geen enkele versiering heeft. Dan de Dorische pilaar of pilaar van de Dorische orde, omdat deze ‘dragend’ ‘mannelijk robuust’ is. Het heeft een kussenachtig Kapiteel. Daarboven komt de Ionische pilaar of de pilaar van de Ionische orde. Deze heeft een Kapiteel in de vorm van een ramshoren. Het wordt gevolgd door de Composiete pilaar of pilaar van de Composiete orde, ook Romeinse pilaar of Romeinse orde genoemd. Het heeft een Kapiteel in de vorm van een versmelting van een ramshoren en de bladeren van de acanthus. Die bladeren van de acanthus heeft ook het Kapiteel van de Korinthische pilaar of zuil, de Korinthische orde. Deze staat in de hiërarchie van de pilarenorden bovenaan.

Invloed Palladio[bewerken]

Het was Palladio die de bouwkundige principes van Vitruvius op eigentijdse praktische wijze wist te herintroduceren. Hij gaf zijn ontwerpen kenmerken van op de Griekse bouwkunst gebaseerde gebouwen van de Romeinse bouwkunst. Hiermee ontwikkelde hij onder andere zijn beroemde buitenhuizen, Palladiaanse villa’s in Veneto, het platteland bij Venetië in Noord-Italië.

Zo was hij het die daar als eerste vanaf zijn derde Villa Gazotti een fronton als van een tempel op een ‘woonhuis’ zette. Ook gebruikte hij bij zijn latere villa’s de pilaar of zuil. Zo gaf hij een huis de allure van een tempel. Daarmee had hij het daar traditioneel gebouwde huis opzienbarend getransformeerd. Pilaren hadden door het gebruik van stenen muren geen dragende functie meer. Daarom gebruikte hij ze meest als opening van een zogenoemde loggia, bijvoorbeeld als toegangsportaal. Daarbij gebruikte hij de orden op de hiërarchische manier zoals was vastgesteld.. De hoogste twee orden stonden daarbij bij Palladio in omgekeerde volgorde.

Palladio bracht ook als eerste in Veneto ter versiering aan de muurvlakken de pilaster aan. Dit zijn tegen de muur geplaatste van pilaren afgeleide ‘platte pilaren’. Dit was dan ook weer een verwijzing naar het vroegere gebruik van de pilaar. Mede door de wijdverbreide verspreiding van Palladio’s voorbeeld boek, evenals dat van Scamozzi, zou hun gebruik van de pilaren of pilasterorden wereldwijd eeuwenlang nagevolgd worden. Het hiërarchisch gebruik van de pilarenorden werd dan ook een belangrijk kenmerk van de bouwstijl van het classicisme.

In de praktijk[bewerken]

Het gebruik van de pilaar of zuil als los element is meest beperkt tot het openen van een toegangsportaal. Deze bracht men vaak aan bij stadhuizen en gerechtsgebouwen en dergelijke. Daarbij gebruikte men dan ook veelal de pilaar van hoog in de hiërarchie staande orden. Maar meestal bracht men ter versiering aan de muurvlakken halfzuilen: een plat tegen de muur geplaatste halfronde zuil of pilaar of pilasters aan. Bij wat bredere gebouwen beperkte men zich soms tot het gebruik van één orde. Daarbij was het niet ongebruikelijk het halfzuil of pilaster over de gehele gevel of over twee verdiepingen te laten doorlopen, een kolossale orde of kolossaalorde genoemd. Soms kreeg een gebouw er zelfs twee boven elkaar.

Bij het gebruik van pilaren of pilasters per verdieping wordt gesproken over een pilaarstapeling of pilaarstelling of pilasterstapeling of pilasterstelling. Hét voorbeeld hiervan was het Colosseum in Rome uit 75-80 na Christus. Het heeft in de vorm van halfzuilen de schikking van de Dorische orde, de Ionische orde en de Korinthische orde. Weinig gebouwen hadden het aantal van vijf verdiepingen waardoor alle vijf de orden konden worden gebruikt. Daarom was het toegestaan tussen de orden telkens één orde over te slaan. Bij het gebruik van pilasters was zelfs meer vrijheid toegestaan.

Maar ondanks dat ging men vak wel heel losjes met de juiste rangschikking van de orden om. Bij een gebouw met een verdieping als zolder of half etage (mezzanine) bijvoorbeeld liet met de pilaster van de onderliggende verdieping gemakshalve maar dat stukje daarover doorlopen….. Ook lijkt het dat de keuze van een orde vaak meer door de schoonheid werd bepaald dan door de hiërarchie. Zo kreeg men met de Composiete orde als versmelting van de Ionische orde en de Korinthische orde ten slotte twee orden in één: degene met de meeste versiering aan het Kapiteel......Waar de Toscaanse orde meest niet werd gebruikt was het de Composiete orde die zeer favoriet was en vaak 'te onpas' werd gebruikt.

Soms werden de kenmerkende versieringen, zoals het Kapiteel, van de orden zodanig kunstzinnig door steenhouwers uitgevoerd dat de toegepaste orden moeilijk te onderscheiden zijn.

In het laatste kwart van de zeventiende eeuw waren er architecten die soberheid voorstonden. Daarom lieten zij de muurvlakken van hun gebouwen onversierd en gebruikten dan ook de pilarenorden niet.

In Nederland[bewerken]

Al geïnspireerd door de uitgave van de Vitruvius-editie van Cesare Cescariano in 1521 werd in Nederland al vroeg de pilarenorden gebruikt. Later werden de boeken van Palladio en Scamozzi gebruikt. Zo kregen de kerktoren van de kerk van St. Nicolaas in IJsselstein in 1532 en de galerijen aan de binnenplaats van het kasteel van Breda vanaf 1540 de orden in de schikking Dorische orde, Ionische orde en Korinthische orde. Ook Hendrick de Keyser (1565-1621) gaf het stadhuis van Delft in 1618 deze schikking van orden. De –later weer gewijzigde- gevel van het bestaande huis Hazenberg in Utrecht kreeg in 1546 ter verbouw tot stadhuis een pilasterstapeling van de Dorische orde, de Ionische orde en de Composiete orde.

Het Mauritshuis in 's Gravenhage uit 1633 heeft aan elke zijde een kolossaalorde in de vorm van pilasters van de Ionische orde.[1] Als kolossaalorde kreeg de façade van het prestigieuze voormalig Stadhuis van Amsterdam, nu Paleis op de Dam, rond 1650 over twee maal twee verdiepingen pilasters van de twee hoogst orden, de Composiete orde en de Korinthische orde.

In Amsterdam werd aan vele gevels in allerlei variëteiten de pilarenorden gebruikt, onder andere door de architect Philips Vingboons (1607-1678). Hij had waarschijnlijk een vertaald manuscript van het gedeelte over de pilaren uit het boek van Palladio in bezit Verhandeling van de vijf orden der bouwkunst...getrocken uyt den beroemden Italiaenischen Bouwmeester A. Palladio.

Drie orden werden toegepast aan het stadhuis van Maastricht in 1664. Als een van de weinige gebouwen kon het zogenoemde voormalig Statencollege -nu Westfries museum- in Hoorn in 1632 voorzien worden van vier van de orden. In 1537 werden aan de façade van de Sint-Antoniuskathedraal in Breda zelfs alle vijf de orden aangebracht.

Bij het stadhuis van Deventer in Deventer werd de pilarenorden niet gebruikt omdat het in 1693-'94 in het 'pilaster loos tijdperk' werd gerenoveerd. Zelfs de pilaren van het eenvoudige toegangsportaal hebben geen enkele versiering. Daarna echter herleefde het gebruik van de pilarenorden weer.

De zuil als losstaand element werd gebruikt in toegangsportalen van gerechtshoven, stadhuizen, kerken, en vele andere bouwwerken. Het Paleis van Justitie in Leeuwarden uit 1648-1852 heeft de bij de belangrijkheid van het gebouw passende Korinthische orde. Het portaal van het stadhuis van Groningen uit 1802-1810 heeft de composiete orde.[2]

De Sint-Johannes-de-Doperkerk of zogenoemde Havenkerk in Schiedam uit 1825 heeft een toegangsportaal met pilaren van de Dorische orde. In Schiedam en omgeving werkte daarvóór de architect Jan Giuduci (1746-1819) in de bouwstijl van het classicisme, tijdwijze ook neo-classicisme genoemd. Hij gaf onder andere het Sint-Jacobsgasthuis-nu Stedelijk Museum Schiedam- daar een toegangsportaal met pilaren van de Korinthische orde. In Kampen bouwde en verbouwde de architect Nicolaas Plomp (1783-1852) veel in de bouwstijl van het classicisme. Hij gaf de Lutherse kerk in 1843 ook een toegangsportaal met pilaren van de Dorische orde.

In alle genoemde steden, elders en overal ter wereld is de bouwstijl van het classicisme en het gebruik van de pilarenorden dan ook eeuwenlang in vele variëteiten toegepast.

Literatuur[bewerken]

De geschiedenis van de architectuur in Nederland en de rol van de pilarenorden daarin wordt onder andere beschreven in het in 2007 uitgegeven boek Bouwen in Nederland 600-2000. Ook verscheen in 1977 het boek Nederlandse bouwkunst. Een geschiedenis van tien eeuwen architectuur. Tevens geeft het boek Kijk op STADHUIZEN uit MCMLXXXI veel informatie in deze.


Dit artikel "Pilarenorde" is uit Wikipedia. De lijst van zijn auteurs is te zien in zijn historische   en/of op de pagina Edithistory:Pilarenorde.